Raymond Strymes vertelt.

Jeugdwerking in de 20ste eeuw

Ooit beperkte de zorg voor de jeugd zich enkel tot het met schrale middelen maar met veel toewijding, opvoeden en onderwijzen, door parochiegeestelijken, kosters of privépersonen. Mede door de heersende armoede, de hoofdzakelijke handenarbeid en de veelal grote kinderlast, moesten kinderen reeds zeer vroeg meedraaien in het voorzien van het dagelijkse onderhoud van het gezin. In stedelijke gebieden bestond dit uit werken in de fabrieken of gaan dienen bij meneer, op het platteland hoofdzakelijk uit werken bij de boer. Dit werd lange tijd in stand gehouden door een verouderd feodaal systeem waarbij een elitaire groep zogenaamde "heren" parasiteerden op het werk van een massa minder gelukkigen! Voor ontspanning restten weinig alternatieven voor kinderen, ze konden verdwalen in hun eigen fantasie of ravotten op straat of in de weidse natuur!

Het was vooral de grote bezorgdheid om de godsdienstige en zedelijke opvoeding van de kinderen die zorgt voor het ontstaan van de zondagscholen voor jonge dochters en tevens afzonderlijke voor jonge mannen, bij ons vanaf 1840, alsook de genootschappen of broederschappen, steeds bestuurd door geestelijken. Bijeenkomsten hadden plaats in de kerk of in de congregatiezaal achteraan op het kerkhof. In 1842 werden dan de gemeentelijke scholen opgericht, de schoolplicht dateert pas van 1914.

Pas in de jaren 30 van vorige eeuw worden onder impuls van Boeren- en Boerinnenbond de BJB-jongens en BJB-meisjes afdelingen opgericht bij ons ten tijde van Pastoor Verhulst. Beide afdelingen fusioneerden later in 1976. Ook de EK de eucharistische kruistocht naar het idee van priester Poppe vond zijn ontstaan in de dertiger jaren bij ons onder impuls van de zusters van het klooster.

Samen met enkele studenten tracht ook onderpastoor Standaert de KSA de katholieke studentenactie ontstaan in 1928, op te richten maar dit komt niet zo goed van de grond. Alhoewel vele jaren later nog sporen terug te vinden zijn bij de jaarlijkse Sterrestoet of Driekoningenstoet.

Rond 1959 lanceert onderpastoor Van den Bossche de KAJ de katholieke arbeidersjeugd. Door onderpastoor Gratiën Van Hulle , samen met een enthousiaste groep studenten waaronder Georges De Poover, Noël Verheecke, e.a. wordt reeds in 1951 gestart met een werking voor chiro-jongens.

In 1957 volgen de chiro-meisjes onder impuls van Hedwig Blondeel en Yvette Staelens en met als proost onderpastoor De Geyter. En vanaf 1987 wordt de chirowerking gemengd.

Op 27 juli 1954 werd tussen de toenmalige COO van Sint-Laureins vertegenwoordigd door de voorzitter E. Notteboom, enerzijds, en de Parochiale Werken van Sint-Laureins vertegenwoordigd door pastoor P. Moens, anderzijds, een overeenkomst getekend betreffende overdracht van een terrein als ontspanningsterrein, toebehorende aan de COO, aan de Parochiale Werken te gebruiken als speelplein. Ook hier was de grote animator onderpastoor G. Van Hulle die een speelpleinwerking opstartte.

Heel wat onderpastoors die ondertussen de revue passeerden, waaronder Bernaert, De Smet, Hoste, Van Wichelen, Van Laere en tenslotte Laureyns kunnen een meer dan mooi palmares voorleggen in zake het verder ontplooien van de werking van de hun toebedeelde verenigingen, enkel de laatste Johan Laureyns riskeerde het nog zijn nek uit te steken voor de start van het Jeugdhuis 't Sentenaarke ondanks de tegenwerking van de toenmalige pastoor Broodcoorens die hardnekkig weigerde het parochiaal te erkennen en alles deed om er vanaf te komen.

Onschatbaar is de mateloze energie en de begeesterende werklust van verscheidene opeenvolgende parochiepriesters geweest, samen met de materiële steun van allerlei volwassenen en jongeren van Sente maar ook van daarbuiten, van gemeentewerklieden en van allerhande beleidsinstanties zorgden zij ervoor dat verenigingen en jeugd op PAROCHIAAL vlak een deugddoende werking konden uitbouwen.

Gemeentelijk was men al lang tevreden als men met wat financiële en materiële steun zijn geweten kon sussen, op voorwaarde dat men hen verder met rust liet. Het weze gezegd, men kon steeds in de mate van het mogelijke op de nodige geldelijke steun rekenen, maar wat lokalen betreft bleef het bij afdankertjes. Een kelder onder het podium van de parochiezaal, een leegstaande garage van een afgeschafte brandweerauto, een afgedankt kiekenkot ofwel een of ander krot, wel romantisch maar degelijk is anders!

Hoe meer succes de jeugdwerking had, hoe groter het gemis aan accommodatie voelbaar werd. Zo beschikten de chiro-jongens alleen over de speelplein-lokalen en het bijna vervallen "Camina". En ook hier namen vooral de onderpastoors het voortouw. Zo kwam het dat men in Sint-Laureins kon beschikken over drie locaties die ondertussen na heel wat dienst bewezen te hebben ook alweer verdwenen zijn: het Jeugdcentrum met prioriteit voor de chiro-jongens, het Roelandshof prioritair voor de chiro-meisjes en het speelplein Sportpark. Maar met de jaren maakten meer en meer andere verenigingen en instellingen dankbaar gebruik van het aanbod voor vergaderingen en allerhande evenementen. Alles draaide goed, zelfs als door het verminderende aantal geestelijken het ambt van onderpastoor op de parochie geschrapt werd, doch als een te zakelijk ingestelde pastoor die van alles wat parochiaal was af wou, ten tonele verscheen en alles trachtte te verkwanselen, ging het vlug in dalende lijn en waren de moeilijkheden niet uit de lucht. Mede door de veranderende tijdsgeest en nieuwe interesses bij de jeugd als gevolg van de razendsnelle technologische evolutie, verslapte de bijval voor de bestaande verenigingen ook bij de volwassenen en kenden ze allen een grote terugval waarbij sommige ophielden te bestaan en de anderen hun existentie serieus in vraag moeten stellen! En nu vele parochies verdwijnen nemen gelukkig meer en meer de burgerlijke beleidsniveaus gedeeltelijk over.