Raymond Strymes vertelt

't Sents Gemeentehuis

Sedert Sint-Laureins in 1796 een zelfstandige gemeente werd, was het gemeentehuis gevestigd op het kerkhof op wat men het Motje noemde, in het gebouw dat ook tot school diende. Op 3 maart 1858 verhuisde men het naar de herberg "Den Appel" in de Dorpsstraat, later het "Oud Gemeentehuis" genoemd en gebouwd door Pieter De Bast gehuwd met Marie De Moen. In die tijd bevond zich boven de deur aan de ingang een "koekoek" of "dekvenster", een kleine aangebrachte dakkapel van waaruit door een omroeper de verkopingen en officiële aankondigingen werden bekend gemaakt. Bij de dood van De Bast wou het gemeentebestuur deze woning kopen om er een "echt" gemeentehuis van te maken wat een 10.000 à 15.000 frank zou gekost hebben, maar de hogere overheid wees dit voorstel af en zo besloot men dan maar een nieuw gemeentehuis te bouwen.

In de 19de eeuw stond aan het begin der Gouvernementstraat, de huidige Leemweg, op de hoek West met de Brieversweg, de huidige Dorpsstraat, de toenmalige pastorij. Daar die in zeer slechte staat was kocht Pastoor De Swaef voor 16.000 frank met eigen middelen de woning gebouwd door Leopold Huyghe, een eind verder in de Leemweg, rechtover het kerkwegeltje. Dat gebouw heeft ondertussen een andere bestemming gekregen. Met de goedkeuring van de Bisschop van Gent maar tegen de zin van het gemeentebestuur betrok Pastoor De Swaef in 1891 deze woning. Aan de overkant der straat bevond zich toen op "Het Motje" het oud secretariaat der gemeente.

Al op 10 januari 1872 hadden kooplieden en landbouwers een petitie ingediend bij het gemeentebestuur opdat het hun belangen zou verdedigen en zou zorgen voor het inrichten van een wekelijkse markt en een jaarmarkt. Men vroeg 1) een wekelijkse markt op dinsdagvoormiddag van boter, eieren, varkens en gevogelte 2) een markt voor graan, zaden en andere droge vruchten op staal de dinsdagnamiddag 3) een jaarlijkse vee- en paardenmarkt op de maandag na 4 februari en op de 2e of 1e dinsdag, volgend op de 4e zondag van september. Dit wordt besproken op de raadszitting van 30 januari 1872 maar een geschikte plaats ontbrak. Ook Pastoor De Swaef had meermaals geklaagd dat Sint-Laureins nergens een degelijke ruimte had voor openbare festiviteiten zoals o.a. de kermis.

Daar de oude pastorij nu leeg stond en toch in slechte staat was en de voortuin op de hoek een tamelijk perceel vormde, besloot het gemeentebestuur de pastorij te laten afbreken en vroeg hiervoor een bod binnen te brengen ten laatste op donderdag 29 Oogst 1895 om 5 ure namiddag ten gemeentehuize. Zulks geschiede en op 9 februari 1896 Blasiuszondag werd voor het eerst onze "grote markt" gebruikt!

Men had wel een secretariaat ten huize van de Secretaris maar de gemeenteraden en zittingen werden steevast gehouden in een herberg en daar wou men, ook op aandringen van hogerhand, zo wie zo, van af! Sint-Margriete, Waterland-Oudeman, Adegem, Eeklo hadden reeds gezorgd voor een exclusief "stadhuis", Maldegem klaagt omdat het nog steeds als ten tijde van Keizer Karel in een herberg moet vergaderen, maar Sint-Laureins ziet zijn kans schoon, alhoewel ...niet zonder horten en stoten!

Begin juli 1900 laat men weten dat het bouwen van een stadhuis toevertrouwd werd aan de Wed. Reychler-De Keyser mits 36.500 frank. Bestek bepaalde 31.000 fr.!

Men had zich blijkbaar vergaloppeerd want op 13 december 1900 maakt men bekend dat op donderdag 10 januari 1901 om 2.30 u. namiddag het college van Burgemeester en Schepenen der gemeente Sint-Laureins ten gemeentehuize aldaar zal overgaan tot de openbare aanbesteding der bouwwerken van een nieuw gemeentehuis. Begroting der werken 31.000 frank. Borgtocht 2.800 fr. Plannen, algemeen en bijzonder lastenboek berusten ter inzage op het gemeentesecretariaat, alwaar men ook verdere inlichtingen kan bekomen.

Nu is het de Heer René Heene van Eecloo die aannemer wordt verklaard van het nieuwe gemeentehuis mits zijn aanbod van 35.350 fr.!

Maar op 30 mei 1901 maakt men op bevel van Burgemeester en Schepenen L. De Sutter, P. Hoste en J.F. Notteboom en van Secretaris P. Van Holsbeke bekend dat men op maandag 17 juni 1901 om 2.30 namiddag zal overgaan in het openbaar tot de opening der biedingsbrieven, die uiterlijk op 13 juni e.k. ten postkantore besteld moeten zijn, voor de heraanbesteding der bouwwerken van een nieuw gemeentehuis. Voor de rest is de tekst als voorheen.

Eindelijk is het gelukt en de uitslag der heraanbesteding van 17 juni voor het bouwen van het nieuw gemeentehuis te Sint-Laureins luidt als volgt: R. Heene te Eeklo 34.500 - C. Mullié te Izegem 33.880 - L. Verstraete te Rumbeke 33.500 - J. Van de Woestijne te Sleidinge 32.760.

Er is in elk geval een daling van 2.590 fr. vergeleken bij de vorige aanbesteding! Het werk werd gegund aan de Heer Heene van Eeklo.

Doch ondanks alle problemen stond ons gemeentehuis er uiteindelijk eerder dan dat van Maldegem!!

Op zondag 13 augustus 1902 werd het nieuw Gemeentehuis feestelijk ingehuldigd met een groot festival, en met 1.000 fr. toelage van de gemeente. Bij de toegestroomde volksmassa was het al lof en eer dat men hoorde voor het prachtgebouw met zijn plein. De bevolking van 15 omliggende gemeenten was op het dorp aanwezig voor de inhuldiging en men noemde het een sieraad voor Sint-Laureins!

Was het heimwee van de notabelen naar het vroegere cafégebeuren, was het louter een puur zakelijke reflex of om mee te zijn met de algemene trend of had men toen reeds oog voor het bevorderen van sociale contacten? Wie zal het zeggen, maar het was of men dacht, gaan wij niet meer naar de herberg, dan halen we de herberg bij ons! In heel wat stad- en gemeentehuizen werd onderaan een gedeelte voorzien om in concessie te geven aan herberguitbaters, naast de obligate ruimte voor "den bak" of het cachot! Zo geschiedde ook in Sente, sommigen zien de toekomst zwart in en vinden dat dit vele verkwistte geld voor het nieuwe gemeentehuis, intrest moet opbrengen!

In september 1902 staat dan ook op de dagorde van de gemeenteraad of er wel of niet een herberg- uitbating voorzien zou worden. Het werd een pittige discussie tussen voor- en tegenstanders met argumenten pro en contra, zoals "als het nu toch een herberg moet zijn, waarom dan al die kosten gedaan, men had toch een gemeentehuis met herberg!!  De uiteindelijke beslissing luidt: men zal de uitbating openbaar verpachten.

Op het einde van WO I in 1918 was tijdens de vijandelijke terugtocht een Duits artilleriestuk op het grondgebied der gemeente achtergebleven. En dit kanon, in feite een houwitser werd als overwinningstrofee op het plein naast het gemeentehuis opgesteld tot in de helft der dertiger jaren toen het om veiligheidsredenen verwijderd werd. Daar dit kanon ook naast de jongensschool stond werd het natuurlijk door de schoolkinderen als speeltuig gebruikt, vandaar...!

 

Ook het gemeentehuis bleek een uitgelezen terrein voor waaghalzen. Albert Groosman alias de pin Groosman vond er niet beter op dan om langs de afwateringsbuizen en over de dakpannen tot op de nok van het gemeentehuis te klauteren en langs de ijzeren staven van de bliksemafleiders of "dondernaalden" terug af te dalen. Ook Frederik Laureyns alias Freet Verdure haalde regelmatig Tarzantoeren uit in de dakgoten!