Raymond Strymes vertelt.

1907 - Sint-Margriete in rep en roer!

Ieder doorgewinterde dorpspolitieker, of ieder die denkt het te zijn, weet dat een benoeming tijdens een legislatuur steeds een heikele bedoening is, die een ganse ommekeer kan teweegbrengen in het lokale politieke landschap, ja zelfs kan leiden tot de politieke zelfmoord van de betrokken mandatarissen. Zo kreeg men in Sint-Margriete in het jaar 1907 te maken met de benoeming van een nieuw schoolhoofd.

Afbeelding1.jpg

In ’t begin van de jaren zeventig der 19e eeuw hielp juffrouw Melanie, de zuster van meester en koster Van De Wattijne, die overwerkt en ziek was, haar broer in de school. Tot de jonge heer Jules Van Cauwenberghe in Sint-Margriete hulponderwijzer wordt benoemd. Hij verliet zijn schilderachtig gelegen geboortedorp Neder-Ename en liet zich niet afschrikken om zich hier vol goede moed aan de opvoeding te komen wijden. Toen de betreurde meester Van De Wattijne om gezondheidsredenen aftrad, werd hij tot zijn opvolger gekozen. Alleen voor een klas van 100 tot 120 kinderen, gaf hij tussen de schooluren en tot laat in de avond, gans belangeloos, bijzondere lessen en stond steeds ten dienste der gemeentenaren. Hij kreeg verscheidene onderscheidingen o.a. het burgerkruis van 1e klas voor meer dan 35 jaar goede dienst, herinneringsmedaille van Leopold II en diploma en zilveren medaille 1e groep, 1e klas Lager Onderwijs bij de Wereldtentoonstelling te Luik. Hij huwde met Clemence Sophie Aernaut van Waterland-Oudeman.  Maar toen de oude meester Van Cauwenberghe zijn ontslag gaf ten voordele van zijn zoon Jozef, die onderwijzer was te Sint-Laureins, gingen de poppen aan het dansen!

Afbeelding2.jpg

De oudsten onder ons herinneren zich misschien Jozef Van Cauwenberghe en zijn dame Pauline Matthijs. Ze kwamen van Sint-Margriete later wonen in Sint-Laureins op het Moleneinde aan de zuidkant op het einde van de dorpsstraat. De meester was een typisch voorbeeld van de toenmalige dorpsonderwijzer, een ietwat dromerig, verstrooid, eigenzinnig typetje met Stijn Streuvelskop met pijp en steeds ofwel in keurig maatpak of met grijze stofjas. Hij beschilderde de muren van zijn woon- en werkkamer zelf met mooie motieven en bracht er bovenaan in 3D educatieve elementen op aan, zo o.a. een beeldje van een uil op een sokkel geflankeerd met een kaars en een bril om er zijn bezoekers fijntjes op te wijzen “Wat baten kaars en bril als de uil niet zien en wil” of op een andere muur de beeldjes van de drie aapjes “horen, zien en zwijgen” ook nog een wekker met geldbeugel “tijd is geld” en zo meer. Hij had allerlei albums met een prachtige postzegelverzameling volgens thema, volgens land, ook met de volledige briefomslag met speciale afstempeling of met een bijzonder adres of een bijzondere bestemmeling. We waren goed bevriend met de meester en zijn dame, reeds van in Sint-Margriete zodat we er wel eens meer op bezoek gingen. Bij die gelegenheden leerde hij mij ’t Pallieterke lezen en geuze met grenadine drinken. Die vriendschapsbanden met mijn ouders bestonden trouwens reeds met zijn ouders en de familie van zijn vrouw. In Sint-Margriete werkten ze samen in het voedselcomiteit na de eerste wereldoorlog, ze deden samen zondagse fietsuitstapjes, gingen met de trein o.a. naar de wereldtentoonstelling, enz...

 

Toen de zoon dus kandidaat was om zijn vader op te volgen brak de hel los in Sint-Margriete. Alles leek bij aanvang in kannen en kruiken, het geestelijk en wereldlijk gezag, zoals destijds de vereiste was, waren het roerend eens, als eensklaps een tweede kandidaat op de proppen kwam, gesteund door de geestelijke overheid en door de burgemeester die pachter was en in die hoedanigheid een briefje had moeten tekenen dat hij tegen de jonge heer Van Cauwenberghe zou stemmen. Niet onbelangrijk om vermelden is het feit dat bij niet verkiezing van de zoon, zijn vader uit het schoolhuis moest en er in Sint-Margriete op dat ogenblik geen enkel huis beschikbaar was. De oude meester had trouwens gezegd: “Ik moet geen ander huis hebben ook, ik zou het toch niet overleven.” In de dagen die volgden werden de zes leden der gemeenteraad zodanig bewerkt dat er maar twee overbleven die hun woord hielden. Meester Van Cauwenberghe liet het hier niet bij en deed prompt briefjes drukken voor de ganse bevolking met de vraag of ze voor of tegen hem waren. Van de 500 kwamen er vierhonderd in de negentig terug te zijnen gunste. Op zondag 10 februari 1907 sprak één der raadsleden, Jozef De Coster, het volk na de mis toe, om meester Van Cauwenberghe te steunen, de ruiten bij schepen Van De Wattijne werden ingegooid en het werd onrustig op de parochie. Door tussenkomst van de pastoor van Balgerhoeke, die van Sint-Margriete afkomstig was, trok de tegenkandidaat van Adegem zijn kandidatuur in. De burgemeester werd naar de pastorij geroepen en de pastoor gelastte hem te zeggen dat hij en de gemeenteraadsleden volkomen vrij waren te kiezen wie ze wilden, de heer Van Cauwenberghe of één van nog twee vreemde kandidaten, één van Berchem, één van Laken. Maar de bevolking had er geen vertrouwen meer in, men zou met zen allen voor de stemming naar het gemeentehuis gaan. De schrik zat erin en men schreef vanwege de overheid een brief naar de gouverneur om hulp en bijstand van de gewapende macht bij de gemeenteraad op zaterdagnamiddag 16 februari 1907. Tot eenieders verwondering werd niet de burgervader van Sint-Margriete maar die van Waterland-Oudeman ontboden op het provinciaal gouvernement. De burgemeester van den Oudeman, die het in Keulen hoorde donderen, zond in zijn plaats zijn secretaris M. Van Brussel die een goede vriend was van M. Van Cauwenberghe naar Gent. Die zal het wel goed uitgelegd hebben en in Gent zal men alles wel gerelativeerd hebben want er zijn op bewuste namiddag geen gendarmen gekomen en ’t was maar goed zo!

Afbeelding3.jpg

Het lokale weekblad ’t Getrouwe Maldeghem geeft bij middel van een ingezonden brief een uitvoerig relaas van die manifestatie. “Er waren die namiddag wel 1500 mensen bijeen. Er was niemand die nog werkte in Sint-Margriete, er was ook veel volk uit Sint-Laureins, den Oudeman en alle omliggende gemeenten. Burgemeester Braet op kop van de stoet, die vroeg zo rustig mogelijk te blijven en vooral niemand te beledigen. Vooraan droeg men een groot plakkaat: “Leve M. Van Cauwenberg”, gevolgd door de gemeentelijke fanfare waarvan de burgemeester ondervoorzitter is, daarna de internationale veloclub van Hollanders en Belgen samen 100 man sterk, dan de burgersgilde, de vissers van de Kantijne, de Sint-Margrietenaren met daarna alle vreemdelingen. En heel die menigte trok Sint-Margriete rond, zonder geweld, lijk een kruiskensprocessie. Klokslag 15 uur stonden ze voor het gemeentehuis, de raadsleden trokken naar boven, de zitting begon. Het duurde niet lang of Tjeef Costers stak zijn hand voor het venster. De vijf vingers betekenden 5 stemmen, hij was gekozen. Gejuich steeg uit de menigte op en de jonge Van Cauwenberghe werd boven geroepen om hem te feliciteren, hij had 5 van de 6 stemmen gekregen! Ook de vader werd boven geroepen en ze vroegen aan beide of ze tevreden waren met de uitslag, waarop de vader antwoordde: “Als mijn zoon content is ben ik het ook, maar ‘k zeg het rechtaf, ik meende dat hij ze toch alle zesse zou gehad hebben.” Het volk buiten werd ongeduldig, de burgemeester sloot de zitting, ze gingen buiten en het muziek hief de Brabançonne aan. De menigte riep, leve de gemeenteraad, leve de meesters, naar ’t schoolhuis, en in triomf werden de meester en zijn zoon in stoet naar huis geleid. Er werd gejubeld, gevierd en geweend van geluk en het feesten heeft nog de hele zondag geduurd, er was geen drank meer te krijgen in heel Sint-Margriete! De maandag kwam de hoofdinspecteur der provincie en de kantonale inspecteur Van Toortelboom ter plaatse om te zien of alles wettig verlopen was en de benoeming van de nieuwe onderwijzer werd tenslotte door de bestendige deputatie goedgekeurd.