De Legende van Pronkenburg

Er waren geruchten dat de Melkerij – waar ’t Sents archief in gevestigd is -, de ernaast gelegen Wasserij en het herenhuis bij de wasserij, vroeger deel uitmaakten van een veel groter domein, waar zelfs een kasteel, Pronkenburg, zou gestaan hebben.

Ik op speurtocht! Gelukkig hebben we wel wat geschiedenisboeken in ’t archief.

 

In de jaren 1870 schreven de historici Frans De Potter en Jan Broeckaert de geschiedenis van de gemeenten van Oost-Vlaanderen. In hun geschiedenis van Sint-Laureins hebben zij het over een kasteel, Frankenburg, dicht bij de kerk. Dit zal wel een vergissing zijn, want nergens anders vind ik Frankenburg terug. Maar we horen voor het eerst “kasteel”. We zijn op de goede weg.

 

Joannes Theodorus De Swaef, pastoor in Sint-Laureins van 1887 tot 1898, deed ook een poging om de geschiedenis van Sint-Laureins vast te leggen. Het resultaat zijn een pak volgeschreven schriftjes die we gelukkig konden bewaren voor het nageslacht – in ’t archief, wat dacht je? -. De schriftjes werden later in de jaren 1970 gebruikt door onderpastoor Robert Bernaert om zijn “Kronieken van Sint-Laureins” te schrijven.

 

Daarin vinden we dat er tussen het kerkhof en de Rommelsweg twee hofsteden lagen die zich uitstrekten tot aan het Nieuwbedelf. Volgens pastoor De Swaef lag daar, het dichtst bij het kerkhof, het legendarische Pronkenburg. In 1550 had men het over eenen bewalden hof, dictum Pronkenburch. Ooit zou Remigius Cogghe, telg van een rijke Sentse familie en pastoor van Sint-Laureins rond 1580, hier gewoond hebben.

 

De heer van Pronkenburg zou zelfs zijn eigen private ingang van de kerk gehad hebben.

Op de dag van vandaag zien we nog altijd een dichtgemetselde deur aan de zuidkant van de kerk.

Nu

Misschien vroeger?

Met een reisje door de tijd probeer ik Pronkenburg te situeren. Schiet me niet dood als ’t niet klopt hé, want harde bewijzen voor het bestaan van Pronkenburg zijn niet te vinden. Een ridderfamilie “Pronkenburg” heeft bij mijn weten nooit bestaan. Misschien was het ook “maar” een grote hoeve en heeft het niets met kastelen en adel te maken.

Als iemand meer informatie heeft, hoor ik het graag!

1771

1841

2002

Heden

Onrechtstreeks bewijs vinden we wel.

 

We weten dat er vroeger wallen waren, want die werden gedempt door Antonia Van Damme – ja, die van het Godshuis – omdat daar in de winter op geschaatst werd en dat was niet christelijk genoeg, waarschijnlijk wegens te veel plezier. De wallen werden vervangen door een muur om het kerkhof als heilige plaats te bewaren.

 

In 1875 werden er nog grondvesten van oude gebouwen opgedolven.

 

En dan is er nog het Motje!

Toen de gemeenteraad nog vergaderde op café – zie het verhaal van Raymond over het Sents gemeentehuis – werden de archieven bewaard in het Motje. Dat was een gebouw dat juist naast het nu nog bestaande kerkwegeltje in de Leemweg stond (vandaar Gouvernementstraat?). Wel, dat fameuze Motje zou ook een restje geweest zijn van Pronkenburg.

Kerkwegeltje vanuit de Leemweg.

Rechts begon het domein Pronkenburg met op de hoek “Het Motje”

Stonden er in de vroege jaren nauwelijks huizen in Sente dan groeide het dorp met de jaren uit tot de volgebouwde gemeente zoals we die nu kennen. Onvermijdelijk werd ook de grond van het kasteel versnipperd.

 

In 1888 kocht de uit Lembeke afkomstige notaris Taelman een lap grond uit het vroegere domein en bouwde er Villa Dennenhof met lusttuin op. Zijn jongste dochter Alix trouwt met een Gentse advocaat, Joseph Ingels, die tijdens WO I burgemeester van Sint-Laureins was. Er komen nog wat notarissen en dokters wonen tot in 1951 de familie Buysse er haar intrek neemt. Achteraan het perceel werd Wasserij Sint-Antonius gebouwd die tot 2002 zou blijven draaien.

Ondertussen werd al in 1940 de Melkerij Sint-Laurentius – tot dan gevestigd in de vroegere brouwerij Huyghe in de Dorpsstraat, waar nu de ING staat – overgebracht naar de nieuwe moderne zuivelfabriek in de Leemweg. Nog tot 1969 werd er kaas gemaakt.

n 1998 werd het ganse gebouw gerenoveerd en herbergt nu het Plattelandscentrum en verschillende gemeentelijke diensten, waaronder ’t Sents archief.

Heeft Pronkenburg ooit bestaan of is het een legende die vroeger tijdens de lange winteravonden rond de stoof verteld werd?

 

Niemand zal het ooit zeker weten, maar ik vond het in ieder geval een mooi verhaal dat ik jullie niet wou onthouden.