Het gloednieuwe Antonia Van Dammeplein

Nu het gemeenteplein van Sint-Laureins – als er geen ongelukken gebeuren – binnenkort het Antonia Van Dammeplein zal noemen, wordt het tijd om dat plein eens onder de loupe te nemen.

 

Geen schrik, we gaan hier geen verheerlijking van Antonia schrijven, dat hebben we vroeger al eens in een special gedaan.

 

Nee, we gaan eens kijken wat er op dat plein te zien is en dat is eigenlijk bijzonder weinig. We hebben het gemeentehuis en met een beetje goede wil het huis van Antonia Van Damme zelf, dat op de hoek van het plein ligt en eigenlijk Dorpsstraat 87 is (waar vroeger de Toeristische Dienst en het kapsalon van de betreurde Gerda De Coster gehuisvest waren).

Dat gemeentehuis, dat staat er eigenlijk nog maar van 1902, maar wat was daar vroeger?

 

Het oudste gevonden document is een beraadslaging van 13 maart 1639 met de Burgemeester, de Schepenen, de Kerkmeesters en de Notabelen van de parochie met als doel het maecken van een woonhuijs ende caemer ten dienste van den heer pastor der prochie Sint-Laureins.

 

Hier stond dus de oude pastorij. De eerste pastoor die erin trok was Jan Osterman. Er zouden er heel wat volgen.

 

Eind 18de eeuw komt Francies Van Damme met zijn Kaprijkse echtgenote, Catharina Huyghe, op de hoek van het plein wonen. Francies is zaakwaarnemer, een soort notaris zonder diploma.

In 1790 is er in België opstand tegen de Oostenrijkse overheersing. Francies Van Damme sluit zich aan bij de patriotten die de Oostenrijkers buiten willen. Het bekomt hem slecht want de Oostenrijkers komen terug en hun aanhangers (die Vijgen genoemd werden) komen zijn ruiten insmijten en dreigen met sabels en geweren. Francies gaat zich verstoppen bij zijn gebuur, pastoor Glorie in de pastorij.

Ja het plein heeft bewogen tijden gekend!

 

Maar uiteindelijk waait alles over. Francies Van Damme boert goed en wordt schatrijk. Zijn dochter Antonia blijft er na de dood van haar ouders wonen. In haar tuin zal ze het Godshuis laten oprichten. Het moet niet altijd een tuinhuis zijn hé.

Met de pastorij gaat het echter van kwaad naar erger: het gebouw wordt oud en tochtig en het is er bar koud. In 1893 vindt de toenmalige pastoor De Swaef – die de geschiedenis van Sint-Laureins eigenhandig neerpende in Atoma schriftjes, die later door onderpastoor Bernaert afgeschreven werden en in druk gegeven – dat het niet meer kan zijn en hij koopt een huis een eind verder in de Leemweg, recht over de kerkwegel.

De oude pastorij staat nu leeg en begint te verloederen.

 

De gemeente Sint-Laureins ziet er wel wat in om de oude pastorij af te breken en in de plaats een splinternieuw gemeentehuis op te richten. Het gemeentebestuur haalt nog aan dat het voordeelig zou zijn, volgens den wensch der inwooners en voor de verfraeying van de gemeente, van een dorpsplein te hebben. Er is dus niets nieuws onder de zon.

 

Er zijn echter een paar probleemkes. Ten eerste is er namelijk geen kat meer die nog weet van wie die oude pastorij nu eigenlijk is: van de gemeente of van de kerk? De gemeente heeft de beste papieren want ze heeft altijd de grondlasten betaald. Maar de kerk laat zich niet doen. Uiteindelijk sluiten de kerkfabriek en de gemeente een minnelijke schikking. Vroeger noemde men dat een vriendelijke overeenkomst, wat toch wel veel mooier klinkt. De gemeente wordt eigenaar en betaalt een bepaalde som aan de kerkfabriek.

 

En dan was er nog de kapel die pastoor De Swaef op eigen kosten naast zijn pastorij had laten bouwen. Die staat ook in de weg. Maar ook daar vinden ze een oplossing voor: de kapel wordt afgebroken en aan overkant van de straat weer opgebouwd. Tot op vandaag is daar een (open) kapel te zien.

Op 13 augustus 1902 werd het nieuw gemeentehuis feestelijk ingehuldigd.

Het huis van Antonia Van Damme tenslotte werd na haar dood verbouwd tot een tweewoonst en zal dienstdoen als verblijfplaats van de onderpastoors van Sint-Laureins.

Het plein werd in de jaren 50 en 60 dikwijls gebruikt als verzamelplaats voor de jeugdverenigingen die op kamp vertrokken.

In de jaren 70 lag het volleybalplein er te blinken. Dan sprak men van het groene plein.