Tsentsarchief

Uit de diepe schuiven van 't Sents archief

Kerk Sint-Margriete

De huidige kerk van Sint-Margriete is al de vijfde. De eerste twee kerken werden door de zee verzwolgen. Een derde kerk werd door toedoen van de abt van Sint-Baafs opgericht en hield stand tot 1570. De vierde werd gebouwd in het midden van het nu nog bestaande kerkhof, ten oosten van de huidige kerk.

 

In de tijd kwamen de inwoners van het Meetjesland en zelfs van ver daarbuiten naar de kerk van Sint-Margriete om te bidden en water te drinken uit een put op het kerkhof. Naar het schijnt wreed goed tegen de kinkhoest.

 

Die vierde kerk werd in 1883 wegens bouwvalligheid gesloopt, met uitzondering van het koor dat nog tot 1971 als calvarieberg op het kerkhof bewaard gebleven is. De huidige kerk tenslotte werd in 1881-1882 gebouwd.

Sint-Margriete - Kerk.jpg

Sint-Laureins - ’t Fabrieksken

Op Moershoofde zien we een rijtje gelijkaardige werkmanshuisjes. De Sentenaren kennen die huisjes als ’t Fabrieksken. Wij natuurlijk op zoek naar de oorsprong van die naam.

 

Blijkt dat dit effectief nog een fabriek(je) geweest is, meer bepaald een vellenfabriek, opgericht in 1901 door Herman Enke, een industrieel uit Eeklo. Die woonde in een kasteel in Eeklo “over d’ijzers” dat later door de stad werd gekocht om er een park van de maken (Heldenpark). In het fabriekje werden konijnenvellen bewerkt tot vilt. Dat diende dan weer om er hoeden van te maken.

 

Tijdens de eerste wereldoorlog ontvluchtten massa’s mensen het bezette België via grensgemeenten zoals Sint-Laureins. De Duitsers maakten hier in 1916 een einde aan door de oprichting van een elektrische draad langs de Belgisch-Nederlandse grens, in Sint-Laureins bekend als den elektrieken draad. Die draad volgde de loop van het Leopoldkanaal met als gevolg dat de bewoners van Moershoofde, Oosthoek en Kantijne van het Dorp werden afgesneden. De Moershoofdebrug was afgesloten en niemand mocht erover zonder toelating van de Duitse overheid. Het gebied over de vaart werd “Klein België” genoemd.

 

Voor de schoolgaande jeugd werd hiervoor naar een oplossing gezocht en werd een onderkomen gevonden in de gebouwen van de vellenfabriek. Gedurende de jaren 1916, 1917 en 1918 werden de kinderen van Klein België de nodige opvoeding en wijsheid bijgebracht door de gezusters Jeannette en Gerarda De Taeye.

20210728_195757_0001.jpg

Tussen beide wereldoorlogen werd het fabriekje ontmanteld en in 1935 omgebouwd in de werkmanshuisjes die we nu nog kennen.

Waterland Oudeman - Fanfare Steunt Elkander

Waterland-Oudeman heeft zijn fanfare te danken aan Urbain Wauters. De man komt in 1911 in den Oudeman wonen en solliciteert met succes voor de functie van gemeentesecretaris. Hij krijgt er zonder vragen al meteen de post koster-organist bij. Hij probeert de Waterlandse jeugd wat notenleer bij te brengen en sticht met hen in 1922 de fanfare “Steunt Elkander”. Uiteraard wordt Urbain Wauters meteen gebombardeerd tot muziekmeester.

 

Hun vaste repetitielokaal was boven een schuur op het erf van Victor Van Hoecke in de Molenstraat gevestigd. Na de repetities konden de dorstige kelen gelest worden in het café “De Grenswacht” van Victor.

Waterland - Steunt Elkander 1922.jpg

De foto werd genomen voor hun repetitielokaal in het stichtingsjaar 1922. Blijkbaar hadden ze in het begin nog geen vlag.

Sint-Laureins – Moershoofde

Omstreeks 1300 bedoelde men met het Moershooft van Ardenburch het ganse veengebied tussen het Ambacht Aardenburg en het Ambacht Boekhoute. Een reusachtig gebied waarin later onder andere de parochies Sint-Laureins en Sint-Jan-in-Eremo zouden ontstaan.

 

Het huidige Moershoofde is er dus maar een flauw afkooksel van. Nochtans werd ook daar geschiedenis geschreven. Het was tijdens de eerste wereldoorlog bekend als Klein België, het stukje Sente dat door de dodendraad van de gemeente Sint-Laureins was afgesloten.

Sint-Laureins Moershoofde juist over de brug.jpg

Op de foto van rond 1909 zien we in het midden de hoeve De Meulemeester van waaruit de Duitsers in 40-45 de ganse Dorpsstraat onder vuur konden nemen en die op het einde van de oorlog totaal verwoest werd.

 

In de verte bemerken we het silhouet van de Molen van Moershoofde, ook al eens de Watergangschen Molen genoemd, die al vóór 1775 werd opgericht.

 

Rechts een van de 8 cafés die Moershoofde ooit rijk was en waar de smokkelaars konden bekomen na hun trip.

Sint-Jan - Het Hooghuis

Aan de rand van de Boerekreek staat sinds mensenheugenis een huis op de dijk. De naam Hooghuis is dan niet ver te zoeken.

 

Vóór de eerste wereldoorlog had men hier het eerste palingrestaurant van de streek. Bruno Cornelis – in de volksmond Brun de Visser – was de uitbater. Het palinghuis werd ook wel eens Visschershuis genoemd. Naar het schijnt kon je voor 1,50 frank (frank hé, geen euro!) een portie paling met brood en een halve liter bier naar binnen spelen. Waar is de tijd?

Sint-Jan - Vissershuis.jpg

Brun schreef ook visvergunningen uit voor het vissen op de Boerekreek. Daarvoor gaf hij een setje van 6 postkaarten uit. De vergunning schreef hij gewoon op de postkaart.

Sint-Margriete – De Boetekapel

In de jaren stillekes mocht je niet te veel stappen verkeerd doen of je zou in de hel belanden. De Kerk had de bevolking goed in haar macht.

 

Toch schrikte dat de echte schurken niet af. In juni 1727 drong een trio schelmen binnen in de kerk van Sint-Margriete. Aangezien alle kerken eenzelfde opbouw hebben moesten ze niet lang zoeken. Ze braken het tabernakel open en gingen aan de haal met een zilveren kelk, een zilveren ciborie (met een grote hostie) en een chrismatorium (met de gewijde hosties en de heilige oliën om naar de zieken te brengen). De hosties werden buiten in een gracht gesmeten. Heiligschennis! De hoofddader is later in Vlissingen opgepakt en ze waren er niet mals mee: eerst zijn beide handen afgehakt, daarna gewurgd en tenslotte opgestookt op de brandstapel. En ja, in de hel zal hij ook wel terecht gekomen zijn.

 

Een paar jaar na de diefstal werd op de plaats waar de hosties werden gevonden een kapel opgericht en een waterput gegraven. Jarenlang heeft men hier de Heilige Margaretha aanroepen tegen de kinkhoest, waarbij water uit de put werd gedronken. Met Sinksen werd er een boeteprocessie gehouden. Het 18de-eeuwse kapelletje werd intussen vervangen door een 19de-eeuwse grotere neogotische kapel.

20210729_091648_0001.jpg

De kerk van Watervliet

De oudste vermelding van een kerk in Watervliet dateert van 1226. Zoals bijna alle parochies in de buurt werd die door het water verzwolgen. Na de overstromingen in de 14de en 15de eeuw werd de Sint-Christoffelpolder terug drooggelegd. Hieronymus Lauwerijn, stichter van het nieuwe Watervliet, bouwde daar de huidige kerk begin van de 16de eeuw. Bij zijn dood in 1509 was de kerk nog niet voltooid, maar wel al een mooi gebouw.

In 1893 werd de karakteristieke torenspits gebouwd. Die werd er tijdens de oorlog afgeschoten door de Canadezen. Het was immers een uitkijkpost van de Duitsers. Na de oorlog, toen paster Sies er pastoor was, werd hij heropgebouwd.

 

Hierbij een foto van de kerk in 1890, nog zonder de kenmerkende toren.

kerk Watervliet.jpg

Sint-Jan – vlas repelen

De verwerking van vlas tot een bruikbaar product is een langdurig en moeilijk proces. Om van vlas lint te maken dat kan worden gesponnen, moet het gewas een flink aantal bewerkingen ondergaan: plukken, repelen, roten, braken of beuken, zwingelen en hekelen.

 

Bij het repelen zaten twee mannen recht over elkaar op een plank en trokken het vlas door de repelkam zodat de zaaddoosjes van de stengels los gemaakt werden. Vrouwen en kinderen brachten het vlas aan en brachten het na het repelen naar de rootput.

 

Op bijgaande foto uit 1914 zijn ze het vlas aan het repelen op het vlasbedrijf van Aloïs Engels op de Kerselarenhoek in Bentille.

Sint-Jan Bentille Engels Aloysius 1914.jpg

Sint-Laureins – Stadhuis van Zevekote

Zevekote, de naam doet alleen nog bij de ouderen een belletje rinkelen. We zitten in de Eerstestraat en daar stonden zeven kotjes die men met wat goede wil woningen zou kunnen noemen. Een paar staken in de grond, wat stro errond vlechten en insmeren met leem (vroeger zei men kleem) en voilà het huis was af.

Ze hadden zelfs een Stadhuis van Zevekote, een café gebouwd in de jaren stillekes door Petrus Bracke.

In 1894 was er ten andere groot feest, want de herbergier van ’t Stadhuis werd verkozen tot burgemeester van Zevekote en juge van de omtrek. Met “peirdestoet” en al. Ja, in die tijd wisten ze nog wat feesten was.

 

Van ’t Stadhuis blijft op vandaag jammer genoeg niets meer over.

Stadhuis van Zevekote-oud.jpg

Sint-Laureins - Rijkswacht & Eykensmolen

Vóór 1885 heeft burgemeester Leopold De Zutter grond gekocht op het Moleneinde waar hij een paar huizen liet bouwen om te verhuren aan de gendarmes die er op 15 november 1885 introkken.

Oorspronkelijk was alles gelijkvloers maar al in 1890 werd er een verdieping op gebouwd.

De foto moet dus na 1890 genomen zijn.

Sint-Laureins - Gendarmerie.jpg

In de achtergrond staat de Eykensmolen, later molen De Vos, opgericht door Felix Eykens, een klokkenmaker uit Luykgestel in de Nederlandse Kempen. Die komt in 1844 om God weet welke reden in Sint-Laureins wonen en bouwt in 1846 de naar hem genoemde molen.

 

Je ziet naast de molen ook nog de schoorsteen van de door Eykens opgerichte fabriek voor “fosfoorstekjes” die echter al in 1861 afbrandde. De fabriek werd nooit heropgebouwd maar de schoorsteen is nog lang blijven staan.

Sint-Laureins - stekskesfabriek Eykens.jpg

Sint-Jan-Bentille - Klooster

Zicht op de Moerstraat in Sint-Jan-Bentille in 1924.

! Sint-Jan Bentille - Moerstraat en Kloosterschool.jpg

In het midden van de foto zien we het oud kloostergebouw. In 1892 kwamen de nonnen van de orde van Heilig Hart van Marie uit Nederbrakel hier kleuteronderwijs te geven.

Het klooster werd opgericht vlak bij de plaats waar lang voordien een school voor kantwerksters stond. Daar was een klein huisje aangebouwd waar een – door de Hollandse regering – verbannen kloosterlinge woonde die lessen gaf in speldewerk. Toen de zogenaamde Ongelukswet van 1879 elke gemeente verplichtte om een gemeenteschool op te richten, werd dat gebouw gebruikt als katholieke school. Onder Pastoor de Laroyère werd dan het oude klooster met schoolgebouw opgericht.

 

De tram van Eeklo naar Watervliet, het zogenaamde Kamielken, liep hier rakelings voorbij. Als je goed kijkt zie je een eindje voorbij het klooster nog een tramwagonnetje staan.

 

Het gedaver van Kamielken deed het gebouw geen deugd en rond de jaren 1930 kwamen er zodanig veel scheuren en barsten in dat het moest worden afgebroken en opnieuw opgebouwd. De nonnen konden in 1936 hun intrek nemen in hun nieuwe kloostergebouw. Ze bleven in Bentille tot 1983.

Sint-Margriete - Hontseindestraat

In vroegere tijden lag er rond de Hollandersgatkreek een gehucht dat Hondseinde noemde. Hondseinde verwijst naar de Honte, de vroegere naam van de Westerschelde. Het gehucht moet in vroegere tijden aan een zeedijk gelegen hebben. Het bestond al in de 18de eeuw en werd ook soms om duistere reden “l’Arbre de Saint-Laurent” genoemd.

 

De Steenweg Sint-Kruis / Sint-Margriete (Hontseindestraat) werd aangelegd in 1894.

Het deel Dorp – Hontseindestraat tot aan de Nederlandse grens werd in 1903 gekasseid en werd op kermiszondag van dat jaar plechtig ingehuldigd.

Sint-Margriete - Hontseindestraat 1900 (eerste boek)_1.jpg

Foto begin de jaren 1900.

Links vooraan zal later de herberg komen van Celina Cocquyt die de ouderen onder ons nog wel zullen kennen als ’t Zwartje.

Waterland-Oudeman - Gemeentehuis

Een stukje Dorpstraat van Waterland-Oudeman, met links de woning van secretaris Urbain Wauters. Ze schrijven wel Dorpstraat, maar moet het eigenlijk niet Kerkstraat zijn?

 

Omdat het gemeentehuis van Waterland-Oudeman bij de bevrijdingsbombardementen van 1945 volledig verwoest werd, verkoopt de secretaris zijn huis aan de gemeente. Het huis zal vanaf dan gebruikt worden als gemeentehuis. Na de fusies was het gemeentehuis overbodig en werd door de gemeente openbaar verkocht. Het werd “Huyze Vacas”, waar je – in niet corona tijden – een miljoen verschillende soorten bier kunt proeven.

 

Naast het vroegere gemeentehuis zien we het schoolgebouw waarvan de 1ste verdieping tot 1945 dienstdeed als gemeentehuis.

De foto dateert van rond 1900

Waterland - Dorpsstraat 1900.jpg

Watervliet – Het Hoogkasteel

Watervliet - Hoogkasteel voor 1914.jpg

De foto dateert van vóór de eerste wereldoorlog.

 

Op 12 mei 1794 wordt een herberg "Het Hoogkasteel" vernoemd door de Procureur-Generaal van Vlaanderen, die een woning opeist, voor de ontvanger, tussen die herberg en de molen gelegen.

 

Links op de foto staat het douanekantoor en rechts café De Tramstatie.

De tram liep van Eeklo tot aan de grens met IJzendijke. Vanaf de Nederlandse grens werd dan aangesloten op de tramlijn die naar Breskens en Vlissingen liep. De lijn werd opengesteld in 1891.

 

In de verte zien we nog de wieken van de Fraukesmolen die in 1872 werd gebouwd in de vroegere Kanteynstraete, door molenaar Leonard Claeys op de cijnsgrond van ene Julie Bogaert uit Oostende. De molen werd in 1924 ontmanteld. De grote schouw midden op de foto is die van de vroegere brouwerij De Sutter.

Sint-Laureins - Vaart

Kerk Sint-Laureins

Chiro Sint-Laureins