top of page

De Sentse fanfare – deel 1

Toen ik een klein manneke was kon er niemand in Sente een scheet laten of “het muziek” was erbij. Dat leek allemaal vanzelfsprekend: een kermis, een processie, een jubilee, … de fanfare stond paraat. Dat leek al eeuwen zo. Maar was dat wel zo? Die fanfare moet toch een keer opgericht zijn.

De Sint-Michielskring in 1947 tijdens een processie. Blijkbaar hadden ze nog geen uniform.

’t Sents archief ging op onderzoek uit!

 

Naar het schijnt was het in gans het Meetjesland op het einde van de 18de eeuw maar pover gesteld met muziek. De grote parochies hadden meestal wel een orgel in de kerk en met een beetje chance hadden ze zelfs een koster die erop kon spelen. Maar dat was het dan. Alle pogingen om een zangkoor, laat staan een fanfare, uit de grond te stampen, mislukten.

 

Begin 19de eeuw worden de mensen wat meer geciviliseerd en zou er hier en daar al eens een koortje gevormd worden. De eerste pogingen waren er in Maldegem (1809) en Bassevelde (1820).

 

In 1827 komt zich een jonge Oostendse geneesheer in Sint-Laureins vestigen, Désiré Geersens.

Désiré Geersens

Hij woont eerst in het huis van Jan Baptist Van Damme op de hoek van de Dorpsstraat met de Leemweg (waar in de jaren 1960 elektricien Prudent De Geeter woonde), maar koopt al vlug het Schuttershof (waar nu drukker Steven Rammelaere woont). Het was een man van aanpakken en onder zijn impuls wordt in 1829 een zangkoortje opgericht. Verkleinwoord, want er waren amper 5 zangers. Uiteraard werd er in het begin alleen in de kerk opgetreden, onder begeleiding van het orgel. Maar kom, we zijn gestart!

 

Het koortje kende wat succes en groeide gestaag aan. Sente zou Sente niet zijn moest er na een tijdje geen politiek gekonkel aan te pas gekomen zijn. Gevolg: geen muziek meer in kerk en gemeente. Het koortje wordt ontbonden.

 

We moeten dan bijna 10 jaar wachten voor er nog eens iets bougeert in Sente. Désiré Geersens is ondertussen tot burgemeester verkozen en op 1 oktober 1838 richt hij een harmonie op. De patrones van muziek, instrumentmakers en zangers leende haar naam en fanfare Sinte Cecilia was geboren. Vermaak en Eendracht was haar kenspreuk. De fanfare bloeide en ging overal in het omliggende optreden: IJzendijke, Ertvelde, Eeklo, Kaprijke, Bassevelde, noem maar op.

 

Vijftien jaar later was de fanfare al omgedoopt in Concordia, naar haar kenspreuk (eendracht). In volle bloeiperiode werd op 19 juli 1868, steeds onder impuls van haar stichter, dokter Geersens, een festival georganiseerd. En dat zullen ze geweten hebben in de omtrek. Gans de Sentse bevolking stond achter haar fanfare en zelfs de gemeenteraad, anders regelmatig dwarsliggend, kwam met geld over de brug. Er kwamen 16 muziekmaatschappijen op af, Belgische en Hollandse. Alles verliep van een leien dakje.

 

Maar zoals zo dikwijls in de geschiedenis van Sente. Ook aan deze maatschappij kwam een eind. De pastoors vonden dat er te weinig godsdienst aan te pas kwam en Concordia (eendracht) werd discordia (tweedracht). Lap, we zaten weer zonder klank!

 

Dokter Geersens houdt het voor bekeken in Sint-Laureins en verhuist naar Brugge, waar hij in 1889 zal overlijden.

De Sentse fanfare – deel 2

Na de teloorgang van Concordia kijkt het ganse dorp naar Eduard Strymes, een jonge gast die bij zijn ouders in herberg De Pluim woont (nog verre familie van de huisverteller van ’t Sents archief, Raymond Strymes). Zou die er niet kunnen voor zorgen dat er weer wat ambiance in ons polderdorpje komt.

In vergelijking met Sint-Hubertus was de Pluim maar een … pluimgewicht

Edward Strymes

Eduard houdt eerst de boot wat af want hij heeft een fulltime job als klerk bij notaris Taelman die in het herenhuis woonde naast waar later de melkerij zou komen. Maar allé, hij laat zich overhalen en als 18-jarige knaap brengt hij in 1879 de vroegere muzikanten weer bijeen en Concordia herrijst als een feniks uit de as. De jonge notaris Victor Taelman wordt voorzitter en Eduard Strymes bestuurder en dirigent. De notaris had waarschijnlijk meer geld om een tournee generale te geven.

 

Helaas ons jeugdige bezieler van de fanfare sterft al in 1888. Hij is pas 26. Het moet gezegd, de fanfare heeft hem op zijn begrafenis alle eer aangedaan. Zijn leeftijdsgenoot, Petrus Blommaert, een onderwijzer, volgt hem op als dirigent van Concordia. Maar de bestuurders van de fanfare lijken niet al te gezond. Al een paar jaar later wordt Blommaert opgevolgd door kleermaker Aloïs Blancke, die op de hoek van het Dorp met de Vlamingstraat woonde.

 

Na het overlijden van zijn echtgenote heeft onze notaris Taelman ook geen goesting meer om nog veel tijd in de fanfare te steken. Hij laat de voorzittersfakkel over aan Charles De Meulemeester van Moershoofde.

Karel De Meulemeester

Charles of Karel De Meulemeester brengt er weer wat schwung in. In 1890 geeft hij een groot muziekfeest waarbij “den drapeau der sociëteit” werd ingehuldigd. Volgens onze plaatselijke geschiedschrijver, pastoor De Swaef, was dat vaandel het schoonste van het Meetjesland. Gemaakt in Brugge en rijkelijk met goud geborduurd, met in het midden een medaillon van de heilige Cecilia.

Van het vaandel zelf is geen spoor meer, maar van het kopstuk vonden we wel nog een foto.

Let op de diverse medailles aan het kopstuk. Eentje per optreden "op den vremden"

Het clublokaal van de fanfare was in herberg “In de Vriendschap” bij Leopold De Bevere, zeg maar “Bij Bevers”. Dat is links naast Feestzaal De Keyzer in het Dorp, waar vroeger Bertrand Van Hecke woonde.

Clemence De Bevere, dochter van Leopold, is later getrouwd met Charles Louis Van Hecke

Charles De Meulemeester zou het nog tot burgemeester schoppen. Hij overleed in 1927 en werd als voorzitter opgevolgd door postmeester Clement Verstraete die in het huis woonde naast waar tot een tijdje geleden bakkerij Nicolas gevestigd was.

 

Op de begrafenis van burgemeester De Meulemeester zat de kerk stampvol, want hij was een graag gezien figuur. Trouwens, 38 jaar voorzitterschap van Concordia, iedereen kende hem. Clement Verstraete steekt een speech af aan zijn graf en het leven ging verder.

 

Zo kabbelde onze fanfare zachtjes verder. Zonder veel hoogvliegers maar zeker ook met veel leute.

 

Op 11 november 1928 blazen ze, voor de 10de verjaardag van het einde van de oorlog, enthousiast de Brabançonne en de Vlaamse Leeuw. Maar als ze twee weken later aan de gemeente vragen om een beetje meer subsidie kan dat er niet af. Hun vraag werd door de gemeenteraad zelfs met eenparigheid van stemmen verworpen. Het zou het begin van het einde worden. Concordia ploetert nog een aantal jaren verder. Krijgt af en toe eens wat subsidie, zij het tegen de goesting.

 

Maar wat de uiteindelijke doodsteek zou worden is een interne ruzie in het bestuur. De oude garde van het bestuur ging niet akkoord met het aanduiden van nieuwe bestuursleden. Anderen wilden dan weer erelid worden. Enfin, de machogevoelens kregen de bovenhand. Op 4 december 1937 eiste Aloïs Blancke – ja, na al die jaren nog altijd de dirigent – dat de muzikanten hun instrumenten inleverden. De maatschappij werd vereffend en er was weer wat wrok bij in de gemeente.

De Sentse fanfare – deel 3

Niet lang na de vereffening van Concordia in 1937 kwamen de Duitsers nog maar eens op bezoek en was er niet veel tijd om aan muziek te denken, laat staan te spelen. Maar eind 1944 is de oorlog voorbij. De kern van Concordia-muzikanten ziet het opnieuw zitten op voorwaarde dat de oude garde van bestuursleden niet terugkomt.

 

Zo geschiedde. De Sint-Michielskring wordt opgericht. Er moet iemand in Sint-Laureins een levensecht visioen over de aartsengel gehad hebben, want in die tijd stond in dat bepaalde deel van het dorp alles in het teken van engel Michael: niet alleen de fanfare maar ook de parochiezaal werd de Sint-Michielszaal en noemde het vroegere café van Leona ook niet Sint-Michiels?

De Sint-Michielskring in 1954. Het uniform schijnt te bestaan uit een kepie.

Koster-organist Albert De Keyser wordt aangetrokken als dirigent en hop, we zijn weer vertrokken. De Sint-Michielskring werd een begrip in Sint-Laureins en omstreken. Ik ga niet zeggen dat ze even beroemd waren als hun geburen van een dorp verder, de legendarische fanfare Nooit Gedacht van Sint-Jan, beter bekend als ‘t muziek van Metille. Maar ’t zal toch niet veel gescheeld hebben.

De Sint-Michielskring in 1963. Eindelijk nieuwe uniformen. En zelfs een nieuw vaandel.

Maar zoals zowat overal in Vlaanderen slonk op den duur de aandacht van het publiek voor fanfares. En ook de jeugd had er geen zin meer in. De Sint-Michielskring sterft eind de jaren 1980 een stille dood.

 

Stille dood? Wacht eens even! Enkele van de leden konden het niet over hun hart krijgen om zomaar van vandaag op morgen ermee op te houden. Ze willen verder musiceren, maar dan met een nieuw, frisser en jonger repertoire en met een aangepaste hedendaagse bezetting. Onder de bezieling van een onvermoeibare Godfried Claeys wordt een bigband opgericht en de naam moet van niet ver komen. The Saint-Michael’s Big Band verrijst uit het puin van de fanfare.

Saint-Michael’s Big Band

De BigBand bloeit en trekt muzikanten aan van binnen en van (ver) buiten de gemeente. Hun naam wordt gevestigd door een nostalgische theatervoorstelling rond Glenn Miller (met medewerking van TSAT, ’t Sents Amateurtheater).

Ze spelen in 2004 in wat toen nog de trots van Sente was, het Godshuis.

Maar hun repertoire stopt daar niet, dat gaat over zwoel Latijns-Amerikaanse muziek naar heel moderne concerten.

bottom of page