top of page
< Back

Sint-Laureins, het dorp van toen...




SINTE LAUREYNS, BOVEN MALDEGEM, klonk het eertijds toen Sente nog deel uitmaakte van het Ambacht Maldegem behorende tot het Brugse Vrije.

Later werd dit na de kerkelijke en bestuurlijke herindelingen van het land SINTE LAUREYNS, BIJ EEKLO.

 

We gaan niet zover terug in de tijd toen Sint Laureins nog een landschap was van overgebleven waterplassen in de uitgeturfde gronden of van overblijvende geulen als gevolg van de verschillende overstromingen door de zee, aangevuld met begroeiingen van struikgewas en bossen zodat we eerder zouden kunnen spreken van een Sint Laureins-in-de-woesthine, zoals we ook spreken van Adegem-buiten-de-wereld! Wie meer wil te weten komen kan zijn gram halen bij Frans De Potter en Jan Broeckaert die na hun plaatsbezoeken in hun Geschiedenis der Vlaamse Gemeenten (1868-1872) ook aan de geschiedenis van Sint Laureins en de deelgemeenten aandacht hebben besteed. Bovendien bevatten de aantekeningen van pastoor De Swaef later bewerkt door onderpastoor Robert Bernaert tot “Uit de kronieken van Sint Laureins voor 1900” een schat aan gegevens over het oude Sente. Wat ons dus vooral interesseert is een sfeerbeeld van het dagelijkse leven in de periode die daarbij aansluit.

 

Begin 1900 was er in de Dorpsstraat tegenover de Vlamingstraat de rijwielfabriek “Prima” met bijhuizen te Maldegem en Heist aan zee. Men had vertegenwoordigers voor Oost-, West- en Zeeuws-Vlaanderen. Niet minder dan 7 knechten waarvan 5 inwonend alsook 2 meiden zorgden voor het klaarzetten van de Duitse Wanderer en Britse New Rapid rijwielen naast de eigen fabricatie, met daarnaast de verkoop van de modernste motorrijwielen FAI en Minerva. Ook was er een speciale afdeling van banden voor velo’s en auto’s alsmede alles wat met de automobiel in verband staat. De oprichters Alphonse en diens zuster Louise Longueville waren hiermee gestart in de afspanning “St.Hubertus” waar hun ouders Johannes en diens echtgenote Maria Strymes het toenmalig café openhielden. Achteraan legden ze een rijwielbaan aan om de toekomstige klanten te leren fietsen! Dit was het pand waar heden ten dage appartementen werden gebouwd, de vroegere herberg van de kinderen Janssens later Charles Claeys met gedeeltelijk het postkantoor. Beiden kochten later “De Pluim” ernaast, maakten alles met de grond gelijk en bouwden achteraan hun rijwielfabriek en vooraan herberg de “Nieuwe Pluim” met danszaal voorzien van een mortierorgel. Meegaande met hun tijd schakelden ze over op een cinemazaal waar de stomme films afgedraaid werden door Alphonse en begeleid aan de piano door Louise, later met aangepaste platen op de pick-up.

 

 

Eveneens in de dorpsstraat op de hoek van het Nieuwbedelf wat in de volksmond meestal met een andere meer folkloristische titel werd bedacht: het suikerstraatje of het strontstraatje had Octaaf Valcke die bakker was, zijn speculoosfabriek.  Onder zijn merk “Speculoos Valcke – De Lelie” voerde hij zijn product uit tot ver in het buitenland. Bij een bakkerswedstrijd te Gent in 1922 behaalde hij voor zijn brood een erediploma en gouden medaille. De zaak draaide zo goed dat hij in ’t Getrouwe Maldegem op 29.06.1924 een aankondiging plaatst waarbij hij een jongen van een deftige familie en rond de 17 jaar vraagt, om te helpen in de bakkerij en om brood uit te voeren. Op een bepaald ogenblik waren zelfs 4 knechten nodig en een meid om het werk aan te kunnen. Aan de andere kant van het dorp was bakker Camiel Martens-Ceulenaere bekend tot ver in Zeeland voor zijn zelfgeproduceerde beschuit en zijn janhagel. Bij een broodwedstrijd uitgaande van de bakkersbond van Brussel te Gent op 18 en 19 juli 1922 is hij ook met de grootste onderscheiding beloond, het erediploma met gouden medaille voor witbrood en ook voor beschuit. In de pers werden beiden de grootste lof toegezwaaid omdat zij oorspronkelijk uit een landelijke gemeente, hun collega’s uit de stad overtroffen. Maar niet alleen zij verdwenen uit het vizier, ook de plaatselijke brouwers, de wagenmakers, de melkerij, de houtzagerij, de mandenmakers, de fotostudio Gustaaf Gernaey - Photographie Artistique - en vele anderen lieten het afweten.

 

Toen de ijzeren rolleblokken nog over de kasseien dokkerden en de boomezels voorbij waggelden waren wij vertrouwd met Gust de strodekker, Taf de kerkbaljuw, Julien de laatste pijke of suisse, Gusta de klokkeluidster en Elodie de cenzegaarster maar ook Cies de mosselman en de zwerver Adriaan de zagenzetter kwamen langs, allemaal kleurrijke personages die exponenten zijn van het verlies aan tewerkstelling!

 

Honderden hebben hun geboortegrond in de magere jaren eind 19e begin 20e eeuw verlaten om in de Nieuwe Wereld hun geluk te gaan beproeven, velen zijn geslaagd zodat hun nakomelingen ginds talrijker zijn dan de huidige inwoners van Sente, anderen konden ginder achter niet aarden en kwamen terug, zoals Clement den “boy” Geirlandt, Marie Van den Bulcke de moeder van fotograaf Julien Valcke, Teej Schoolmeesters of Liza Boudonck en haar man Piet die na hun terugkeer uit Amerika ter gelegenheid van de inhuldiging van het gedenkteken der gesneuvelden op kermiszondag 26 sept 1920 bij gebrek aan een Belgische vlag dan maar de “stars and stripes” uithingen aan hun huis schuin over de kerk.

 

bottom of page