Scheervlucht. Aflevering 23
Waterland-Oudeman
Toen in 1648 de vrede getekend werd, betekende dat voor Waterland-Oudeman meer dan alleen het einde van de oorlog. De oude heerlijkheid Waterland werd letterlijk doormidden gehakt, het noordelijke deel, Waterlandkerkje, viel toe aan de protestantse Republiek, het zuidelijke deel, Waterland-Oudeman, bleef katholiek.
De inwoners van Waterland-Oudeman hadden in die tijd geen eigen kerk. De tweede kerk, bij het begin van de 16de eeuw door de Gentse Sint-Pietersabdij gebouwd in de Oudemanspolder, bij Goedleven, lag na de vastlegging van de grens op het grondgebied van Waterlandkerkje, dus in Nederland. Het was niet veel meer dan een ruïne door de al dan niet moedwillige overstromingen, maar werd toch gebruikt door de hervormden.

De bevolking van het Belgische (toen Spaanse) Waterland moest op zoek naar een andere kerk of kapel. Ze gingen naar een noodkerkje, maar mogelijk trokken ze naar de mis in Sint-Margriete. Ze zaten echter niet stil, want tussen 1670 en 1672 bouwden ze aan de rand van de Hieronymuspolder een nieuwe kerk, langs wat ooit de Hieronymuspolderdijkstraat was en nu Kerkstraat heet. Eindelijk hadden die van den Oudeman weer een eigen kerk. Het was de vierde kerk sinds het ontstaan van het dorp:
Eén verdronken in de vloed van 1375. Dat was nog die van Sint-Nicolaas-in-Vaerne, opgericht in 1229.
Eén verloren in de woelingen van de godsdienstoorlogen. In 1552 opgericht door de Gentse Sint-Pietersabdij werd ze gedurende de Tachtigjarige Oorlog ferm beschadigd en bleef tot de definitieve vastlegging van de grens in de jaren 1660 door katholieken en protestanten betwist. Uiteindelijk wonnen de Hollanders de strijd om de kerk.
Eén noodkerk in een schuur. Veel weten we daar niet van, maar er was al sprake van vanaf 1620. ’t Moet zijn dat de Waterlanders toen al niet meer welkom waren in hun eigen kerk op Goedleven.
En dan eindelijk rond 1670 weer een volwaardige parochiekerk.
Vier eeuwen, vier kerken, elk met hun eigen verhaal.
Religieuze aantrekkingskracht
Waterland-Oudeman groeide uit tot een klein katholieke bolwerk net over de grens met Staats-Vlaanderen. In het noorden, in dorpen als Waterlandkerkje, was de openbare katholieke eredienst verboden. Veel gelovigen trokken daarom, soms openlijk maar vaak “in den duik”, naar den Oudeman om er de mis bij te wonen.
Een rustige pastorij
Bij een kerk hoort natuurlijk een pastorij. Die van den Oudeman staat al eeuwen op dezelfde plaats. Hoewel ingepland naast de kerk, is het adres toch in de Appelstraat. Het was pastoor de Maeckere die in 1671 de eerste steen legde. Hij had er wel een rustig plaatsje voor gezocht. Vanuit zijn slaapkamer keek de pastoor uit op het kerkhof. Last van luidruchtige geburen had hij er niet, allé, als hij niet al te bijgelovig was toch niet.

Volgens archiefdocumenten wordt de pastorij in 1735 grondig gerenoveerd, wat in 1750 nog eens dunnetjes wordt overgedaan. Alle verbouwingen, renovaties en verfraaiingen ten spijt, was de pastorij op den duur versleten tot op den draad. Tijd voor een nieuwe. Maar dan zaten we al in 1837. Daar komen we straks langs.
De Casteleynstraat
In het vlakke polderlandschap van Waterland-Oudeman kronkelt tot op vandaag een kasseiweg van een dikke kilometer lang en zo’n drie meter breed, de Casteleynstraat. Dat "kronkelen" moet je maar beschouwen als dichterlijke vrijheid, want de weg is kaarsrecht. Deze weg ligt in de Jeronimus Nieuwlandpolder en verbindt Waterland-Oudeman via de Sint-Livinuspolder met Sint-Margriete. Het is de natuurlijke voortzetting van de Appelstraat. Waar de Kerkstraat/Drijdijk eindigt, begint de Casteleynstraat, een naam die al eeuwen meegaat.
De naam Casteleynstraat duikt voor het eerst op in 1673. In het Middelnederlands betekende kastelijn oorspronkelijk kasteelheer, afgeleid van het Oudfranse chastelain (châtelain). Maar wie nu enthousiast op zoek gaat naar een verdwenen kasteel in den Oudeman, bespaar je de moeite, want daar is geen spoor van te vinden. Geen nood, het woord werd later ook gebruikt voor een landbouwer in dienst van een kasteelheer, en nog later voor een herbergier. Uiteindelijk werd het zelfs een familienaam. De Casteleynstraat is dus hoogstwaarschijnlijk genoemd naar een boer, herbergier of landbezitter met de naam Casteleyn die hier in de 17de eeuw zijn gronden had.

Franse Tijd
Toen de Fransen in 1794 het Meetjesland binnenmarcheerden, hield ook Waterland-Oudeman op te bestaan als heerlijkheid. In de plaats kwam een burgerlijke gemeente met dezelfde naam, naar het model van de Franse departementen en kantons. Voor de dorpelingen veranderde het dagelijkse leven nauwelijks, ze moesten belastingen betalen aan de nieuwe machthebbers, en de kerk kwam meer dan eens in het vizier van de antiklerikale Franse overheid.
Hollandse Tijd
Na 1815 kwam Waterland-Oudeman onder het bestuur van koning Willem I van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De nieuwe, door de Fransen ingevoerde bestuurlijke structuren werden verder gecentraliseerd, maar in het dagelijkse dorpsleven veranderde nauwelijks iets.