Scheervlucht - Aflevering 30
Sint-Margriete
In de 19de eeuw veranderde Sint-Margriete geregeld van uitzicht. Kerken verdwenen of werden weer opgebouwd, de ene al wat sneller dan de andere, zodat niemand vandaag nog goed weet of we nu aan de vierde of vijfde zitten. Intussen kwam er een gemeentehuis dat tegelijk school en archief was, en tussen molens en herbergen groeide een dorpsleven dat zich meer en meer liet horen. Letterlijk, want zelfs de fanfare kreeg er een plaats, gesteund door goede vrienden van over de grens. Zo werd Sint-Margriete een dorp waar het serieuze (school, bestuur, kerk) en het vrolijke (muziek, feesten, processies) hand in hand gingen. Dat botste wel eens, maar nooit zonder veel erg.
Intrede van de nonnetjes
De Sint-Lievenspolderdijk, de huidige Sint-Margrietestraat, vertrekt aan de grens met Sint-Jan, richting Sint-Margriete. De weg verbindt Sint-Margriete met Sint-Laureins en Sint-Jan-in-Eremo. Hij loopt dwars door het verdwenen dorp Roeselare, dat in 1375, samen met zoveel dorpen in de streek, door een geweldige overstroming van de kaart werd geveegd.
In 1865 werd de kasseiweg aangelegd en zowat hetzelfde jaar bouwde men in de bocht net voor het dorp het eerste klooster van Sint-Margriete, met eraan palend een schooltje. Of dat toen al zusters franciscanessen waren is niet zeker.
Een school en een gemeentehuis in één
In 1868 kreeg de gemeente van hogerhand de opdracht om een lagere school met onderwijzerswoning op te richten. Maar in Sint-Margriete dacht men: “Als we dan toch moeten bouwen, laat ons het ineens goed doen.” En dus werd in 1872 een lap grond gekocht in de dorpskom, waarop men een complex liet bouwen met een schoollokaal, een woning, een gemeentearchief en een volwaardige raadzaal. Alles netjes onder één dak.
Onder de trap kwam zelfs een celletje, “den bak”, voor wie wat te diep in het glas had gekeken of betrapt was op smokkel. In 1875 werd het gebouw in gebruik genomen. Later, toen de jongens- en meisjesschool werden samengevoegd, verdween het aparte schoolgebouw achter het gemeentehuis. Maar het hoofdgebouw bepaalde jarenlang, en nog steeds, het dorpsgezicht.

Molen
In 1876 bouwde François Baeyens een stenen graanwindmolen in de Roeselarepolder, momenteel de Sint-Margrietestraat. Het was echter de eerste Sint-Margrietse molen niet. Er stond er al eentje vroeger aan de andere kant van het dorp, tegen de grens met Nederland. De familie Baeyens kreeg echter boel met een andere molenaarsfamilie, de Schutijsers. Die oude molen werd door de familie Schutijser verplaatst over de grens op grondgebied Sint-Kruis en Baeyens richtte de molen in de Roeselarepolder op. Zijn molen brandde echter af in een storm op 10 mei 1914. Na de brand werd de molenromp afgeknot en kreeg een bestemming als landgebouw.
De kerk
De geschiedenis van Sint-Margriete was al vóór 1800 getekend door water en wederopbouw. Niet minder dan vier kerken verdwenen onder stormvloeden of waren gewoon versleten.
In 1881 werd de vijfde kerk ingezegend, een neogotisch gebouw gewijd aan Margaretha van Antiochië. Ze werd ontworpen door de Gentse architect Edmond De Perre-Montigny, die enkele jaren eerder ook het nieuwe gemeentehuis had getekend. Bij de bouw werden enkele waardevolle elementen uit de oude kerk overgenomen: de doopvont, een achttiende-eeuws beeld van de patroonheilige en wellicht ook het altaar.

Eigenlijk moeten we hier eens een overzichtje maken van de kerken van Sint-Margriete. Dat de huidige Sint-Margarethakerk de vijfde kerk is van Sint-Margriete wordt niet algemeen aanvaard. Het kan zowel de vierde als de zesde zijn. Een woordje uitleg:
1) De eerste kerk werd gebouwd in 1244 op het Eiland, wat nu dus Nederlands grondgebied is.
2) De tweede kerk zou na de stormvloed van 1375 opgericht zijn en al met de Sint-Elisabethvloed van 1404 in de golven verdwenen zijn. Hier is al een eerste discussiepunt, die tweede kerk zou geen nieuwgebouwde kerk zijn, maar gewoon de eerste kerk die wat opgekalefaterd werd.
3) De derde kerk werd in 1470 gebouwd in het noorden van de Kruispolder, wat nu nipt Belgisch grondgebied is. Ze hield stand tot 1673.
4) De vierde kerk stond sinds 1673 in de Sint-Lievenspolder, eigenlijk op wat nu het kerkhof is. Deze moest in 1881 wegens bouwvalligheid worden gesloopt.
5) De vijfde en huidige kerk werd gebouwd in 1881.
6) Een paar decennia geleden gingen nogal wat historici ervan uit dat met Sint-Margriete en Nieuw Roeselare eigenlijk dezelfde parochie bedoeld werd. De kerk van Nieuw-Roeselare werd in 1240 gebouwd in de buurt van waar nu de weegbrug staat. Dat zou dan de zesde kerk geweest zijn, allé, eigenlijk de eerste.
Als we de bronnen naast mekaar leggen denk ik dat we moeten aanvaarden dat de huidige kerk de vierde is. De eerste en de tweede zijn eigenlijk dezelfde en de kerk van Roeselare, opgericht door Gozewijn van Roeselare, was volgens de meeste hedendaagse historici duidelijk een andere kerk dan die van Sint-Margriete.
Naast de laatst opgerichte kerk bleef het koor van de vroegere kerk nog vele jaren bewaard als calvarieberg op het kerkhof. Het werd uiteindelijk verwoest door een brand. Een kruisbeeld op het kerkhof duidt nog aan waar dat koor gestaan heeft.
Muziek zonder grenzen
Op 1 januari 1840 werd in Sint-Margriete de fanfare Sinte Cecilia opgericht, een muziekvereniging die vooral gesponsord werd door de familie Bonte uit Sint-Kruis, net over de grens. Geen ruzie tussen België en Nederland in Sint-Margriete, zeker niet als het om muziek ging.

De fanfare speelde bij feestelijkheden, processies en dorpsactiviteiten. Ze bracht leven in de brouwerij en kreeg een vaste plaats in het dorpsgebeuren. Hoe het verder met de fanfare gelopen is zien we straks nog, maar haar ontstaan is geworteld in die stille, eigenzinnige 19de eeuw.
Waterland-Oudeman
In de 19de eeuw groeide Waterland-Oudeman uit tot een dorp met een eigen gezicht. Rond de kerk en het kerkhof ontstond de kern waar school, gemeentehuis en notabelenhuis broederlijk naast elkaar stonden. Het leven was er eenvoudig, maar nooit saai en aan de Oudemanskreek bracht de Roste Muis vrolijkheid (en wat schandaal). Ondertussen draaide de molen nog, tot de stoom zijn intrede deed, en groeide de bevolking traag maar zeker. Waterland-Oudeman was klein, maar levendig, en had alles wat een dorp nodig had, een kerk, een school, een café en een goeie dosis samenhorigheid.
Kerk en kern
De dorpskern groeide in de loop van de 19de eeuw rond de parochiekerk, die iets hoger lag dan de omliggende velden. Die hoogte was geen luxe, grote delen van Waterland waren eeuwenlang overstroomd gebied geweest. De huidige kerk werd gebouwd tussen 1670 en 1672 aan de rand van de Hiëronymuspolder. Ze verving de vorige kerk bij Goedleven, die in de Tachtigjarige Oorlog zwaar beschadigd en uiteindelijk verloren was gegaan. In de 18de en 19de eeuw onderging het gebouw nog herstellingen en verfraaiingen, maar het grondplan en de toren zijn zeventiende-eeuws. In de 19de eeuw bleef de kerk overeind, met haar sobere toren en haar gemoedelijk kerkhof, en speelde ze een centrale rol in het dorpsleven.
In 1837 werd de tot op de draad versleten pastorij tot op de grond afgebroken en vervangen door een splinternieuwe. De pastoor kon er weer efkes tegen.
Vlak tegenover de kerk stond de school, en boven die school, jawel, het gemeentehuis. De bovenverdieping van het schoolgebouw deed jarenlang dienst als bestuurscentrum. Meer dan een paar bureautjes en een houten kast zal het wel niet geweest zijn, maar het volstond. Trouwens, in een dorp waar iedereen iedereen kende, kon een gemeenteraad evengoed in een café gehouden worden, als het moest.
Het gemeentehuis bleef tot na de tweede wereldoorlog boven de school gevestigd. De veldwachter had zijn bureau bij de deur, en wie de secretaris wilde spreken mocht zich niet te veel vergissen of hij zat bij de schoolmeester.
