top of page
< Back

Aflevering 06

6        SEPTEMBERDAGEN


DE SLAG OM DE KANAALKANT


De eerste week van september 1944 was er langs de boorden van het Leopoldkanaal veel troepenbeweging bij de Duitsers. De bevrijders naderden en in de verte waren ontploffingen te horen. Deze harde knallen waren niet, zoals men dacht, van de naderende legers, maar van de Duitsers zelf die hun eigen voorraden vernielden zodat ze niet in handen zouden vallen van de Canadezen. Soms vonden boeren achter hagen en heggen volledige Duitse uniformen van soldaten die gewone burgerkleding hadden aangetrokken om zich later aan de geallieerden over te geven, die hier, zo dachten ze, binnen een paar dagen zouden staan. Bij velen was het moreel laag, maar de tweede week van september herpakten ze zich onder een fanatieke Duitse legerleiding om het VATERLAND te redden. Voor sommigen van de legerleiding was den Dolf (Hitler) de onbetwistbare leider. Het zou het begin worden van zware gevechten aan de boorden van het kanaal.



Op bovenstaande foto zie je de bunker in de dijk van het Leopoldkanaal tussen de Lievebrug en Strobrugge. Let ook op de dan al hogere waterstand van het kanaal.


10 september 1944. Den Oosthoek moet een belangrijke plaats worden in de verdedigingsgordel van den Duits. Die bewuste 10 september is de houten brug, aangelegd door de inwoners, Oosthoekbrug in de volksmond, opgeblazen.



Op de foto hierboven herkennen we in het midden we Michel Verhamme, een broer van mijn moeder Raf.


De bewoners van de wijk kregen de raad van den Duits om hun woningen te verlaten en velen vluchtten richting Nederland. Ook mijn grootvader Frans Haemerlinck met vrouw en twee kinderen. Alleen het hoogstnodige werd meegenomen. Voor ze vertrokken begroeven sommigen eerst nog geld, veelal in een blikken doos of steriliseerbokaal gestoken. Ze gingen naar de Biezen (de weg van Sente naar Eede), maar daar werden ze door de Duitsers verder gestuurd naar St-Kruis.


Zo kwamen ze terecht op een hoeve gelegen aan de Appelstraat (weg richting Oostburg), een zijstraat van de weg tussen St-Kruis en Aardenburg. Deze baan, gelegen op een dijk, was nog een van de weinigen die niet onder water stond. Het was vluchten van de regen in de drup, want half oktober werden de beschietingen ook daar heviger. Ook de hoeve lag onder vuur. Als bescherming tegen granaatscherven sliepen ze tussen de balen stro in de schuur. Om te voorkomen dat deze in brand zouden vliegen door de inslaande granaten en kogels werden de balen aan de buitenkant regelmatig met water begoten. Toch bleven ze daar een zestal weken en gingen dan terug naar huis. Daar aangekomen zagen ze dat hun huis, gelegen aan de dijk van de vaart, helemaal kapotgeschoten was. Na een tijdje in de Boterhoek te zijn verbleven, hebben ze hun kippenhok omgebouwd tot voorlopige woonst tot hun huis terug was opgebouwd.



 

’T WAS OORLOG, ’T KANAAL MOCHT JE NIET OVER


In de septemberdagen van 1944 werd in alle kerken van de gemeenten die het Leopoldkanaal doorkruiste, van aan Zeebrugge tot Boekhoute, een gebedsdienst gehouden voor een vlugge bevrijding en einde van de oorlog.



De dorpskern van Sint-Laureins was op 16 september bevrijd, euforie tot en met, maar een bende overtuigde Duitsers kwam nog eens terug van over de vaart en zorgde nog voor wat onrust. Ze namen wat bewoners gevangen, maar die werden gelukkig vrijgelaten en er volgde een ingreep van de Canadezen. De bewoners ten noorden van het kanaal, Kantijne, Moershoofde en Oosthoek, zouden nog weken strijd meemaken. Ook voor de gewonden moest gezorgd worden en daarom werd het Godshuis van Sente ingericht als voorlopig hospitaal. Bij beschieting was het redelijk veilig vanwege de dikke muren die de kelders goed beschermden.



Ook Onze-Lieve-Vrouw Ten Doorn in Eeklo speelde een belangrijke rol. Veel gekwetsten werden ook naar daar afgevoerd om geopereerd en verzorgd te worden.



Zij die het, ondanks de goeie zorgen, niet haalden, werden daar voorlopig begraven.



 

bottom of page