
Hilde ontrafelt De Swaef
Aflevering 4
Burgemeesters van Sint-Laureins
Joseph Frans Looghe
In 1799 kreeg Joseph Frans Looghe zijn benoeming als eerste burgemeester van Sint-Laureins. Hij was in Ieper geboren in 1747. Hij trouwde in 1772 met Maria De Neve. In 1782 vestigde hij zich in Sint-Laureins als heelmeester. Looghe was Fransgezind. Hij aarzelde niet om de kerk te sluiten na september 1797 nadat de oude pastoor Glorie gevangen genomen en weggevoerd was. Looghe was niet geliefd bij de Sentenaren. Hij gaf zijn ontslag in 1807. Looghe volgde de Franse mode en had zijn haar in een lange staart.
Tot spot zong men: Meester Looghe draagt ne queue, ’t is ne grijzen, ’t is ne grijzen. Om ne queue te mogen dragen moet ge het aan Looghe vragen.
Hij stierf op 10 oktober 1809.
Jacobus Vercraeye
De tweede burgemeester, Jacobus Vercraeye, was een echte Sentenaar, geboren op 23 december 1772. In 1797 trad hij in het huwelijk met Monica Ceulenaere. Jacobus Vercraeye had goed onderwijs genoten en was bouwkundige van beroep. Hij woonde eerst in de Vlamingstraat maar verhuisde later naar de Leemweg waar nu de gemeenteschool is.
Het wijze bestuur van deze burgemeester is tijdens de moeilijke periode van het eerste Franse keizerrijk zeer goed geweest voor Sint-Laureins. Nauwelijks was hij burgemeester of de eerste geallieerde troepen tegen Napoleon rukten op in ons land. De soldaten kwamen in 1808 tot in Eeklo en eisten oorlogsbelastingen. Onze burgemeester verdedigde Sint-Laureins met gevaar voor eigen vrijheid. Hij antwoordde hen: “Ik kan niets vragen waar niets is.” De soldaten moesten hem gelijk geven want er was hier armoede troef. Op 27 oktober 1830 werd hij opnieuw als burgemeester verkozen. De Belgische omwenteling bracht hem echter opnieuw veel moeilijkheden. Op 12 november 1831, na een zeer onstuimige zitting van de gemeenteraad, gaf hij zijn ontslag als burgemeester en lid van de raad.
Hij overleed op 6 november 1856, 86 jaar oud.
Petrus Baillieul
Petrus Baillieul werd in 1784 geboren te Merendree. Hij werd klerk bij Wed. Francis Van Damme, beter bekend als juffrouw Van Damme, de moeder van Antonia, van grote invloed door haar groot fortuin. Na de dood van haar man hield zij het kantoor open als zaakwaarneemster. Ze stelde veel vertrouwen in haar klerk waardoor hij ook veel vertrouwen kreeg van de Sentenaren. Hij trouwde in 1824 met Joanna Livina Herpelinck en bouwde een huis in Sint-Laureins, later brouwerij Huyghe.

In het grote gele huis aan de rechterkant woonde burgemeester Baillieul
In 1825 werd hij gemeentesecretaris en in 1831 volgde hij Jacobus Vercraeye op als burgemeester. Het werd een goed maar kort bestuur, hij stierf in 1834.
Desiderius Geersens
Hij werd geboren in Oostende op 23 februari 1803. Aan de universiteit van Gent studeerde hij voor geneesheer. In 1827 vestigde hij zich in Sint-Laureins als dokter. Geersens was zeer geïnteresseerd in de Sentse geschiedenis. Hij schreef in 1827 o.a. het volgende:
‘Meer dan de helft van de territoire bestaat uit uitgestrekte bossen. In die tijd telt Sint-Laureins 2830 inwoners. Het is een woest en verlaten gewest met bomen beplant. Er is geen handel. De enige nijverheid is klompenmakerij, houtzagerij en bandsnijderij. Er zijn 2 wagenmakers en 2 hoefsmeden die hun bedrijf gedeeltelijk op straat uitoefenen. Er zijn ook 6 bakkers die enkel roggebrood bakken. In het dorp is een winkel waar alleen ellegoederen verkocht worden. Rundsvlees is er niet te krijgen. De bevolking eet varkensvlees. Bier en jenever van bedenkelijke kwaliteit halen ze uit Maldegem, Adegem, Eeklo en Kaprijke. De inwoners, rijk en arm, dragen dagelijks houten klompen. In de winter zijn veel straten onbruikbaar en een groot deel van de Sentenaren moet elders hun zondagse plichten vervullen. Het bolspel is het enige vermaak. Enkel weduwe Van Damme en mijnheer pastoor hebben een paraplu. De paraplu van juffrouw Van Damme heeft een omtrek van bijna 4 meter en kan een moeder en 2 dochters gans bedekken. Die van mijnheer pastoor heeft een omtrek van 3.5 meter en kan naast de pastoor ook zijn kapelaan en meid beschermen. Er zijn 2 schoolmeesters; P.J. Van Damme en J.B. Van Damme. De gebrekkige afwatering maakt de gemeente ongezond, veel straten zijn onbewoond en overdekt met gras zijn ze enkel geschikt voor de schapendrift.’
In 1834 werd dr. Geerssens burgemeester. In 1836 volgde hij zichzelf op.
Ferdinand De Rijcke
In 1843 werd Ferdinand De Rijcke burgemeester. Hij werd in 1799 geboren in Middeldorpe. Hij trouwde met Melanie Van Kerrebroeck en samen kregen ze 9 kinderen.
Hij werd tot burgemeester benoemd bij koninklijk besluit van 3 maart 1843. Dus niet verkozen door het volk zoals voorheen.
Het ambt van burgemeester ging hem niet af. Zijn hofstee was te groot, evenals zijn huisgezin. Al op 18 november 1843 gaf hij zijn ontslag. Dit werd op 19 februari 1844 aanvaard en op 26 november 1844 werd hij opgevolgd door de notaris, de heer Bovijn.
Notaris Bovijn
Geboren op 30 november 1808 in Assenede.
Op 29 oktober 1845 begon een moeilijke periode. De aardappelziekte en het mislukken van de graanoogst brachten veel miserie in 1846 en 1847. Men was verplicht om dag en nacht te waken tegen dieven en landlopers. Iedere wijk had een compagnie. Iedere compagnie had zijn oversten. Er waren een algemeen bevelhebber, 2 inspecteurs en een secretaris. De armoede groeide aan, het gebrek aan voedsel was groot, de nood was overal.
In november 1845 stuurde de gemeenteraad reeds een vraag naar het gouvernement om een vaart te mogen graven om zo het overtollige water kwijt te geraken en de streek te verlossen van alle kwalen.
Notaris Bovijn gaf in 1849 zijn ontslag en werd opgevolgd door zijn voorganger, dr. Geersens.
Bovijn stierf in 1892 in Eeklo.
Desiderius Geersens
Hij werd opnieuw burgemeester van 1849 tot 1854. Daarna werd hij niet herkozen.
Frans Huyghe

Nauwelijks was hij burgemeester of hij stelde voor een steenweg aan te leggen tussen Sint-Laureins en Balgerhoeke. Dit voorstel werd al eens gedaan in 1843 maar toen verworpen met 4 tegen 2. Nu werd het voorstel wel goedgekeurd. De gemeente stond al haar rechten van eigendom af aan de concessionaris, burgemeester Huyghe voor 99 jaar. Het aanleggen van de steenweg gebeurde in 1856. In datzelfde jaar werd ook de vaart van Schipdonk gegraven en kwam er een eind aan de wateroverlast op Celie.
In 1863 stelt juffrouw Antonia Van Damme voor het hospice door haar gebouwd aan de gemeente over te laten zonder kosten. Ze voegde daarbij een zekere hoeveelheid hectaren grond en meer dan 100 000 frank. Dit werd door de gemeente aanvaard.
In 1868 vragen de inwoners van Moershoofde dat de ‘kalsijweg’ over de brug tot aan het Nieuwbedelf voort zou gelegd worden door Moershoofde.
In de nacht van 29 op 30 april 1868 ontstond een hevige brand op de hoek van de Dorpsstraat met de Vlamingstraat bij Victor Claeys. De schuur vol vlas ging volledig in de vlammen op. De brandweer van Sint-Kruis hielp bij de bluswerken. Door die brand schafte Sint-Laureins zich ook een brandspuit aan en stelde een korps samen. Ferdinand Claeys werd commandant en Emile Vercraeye ondercommandant. Dhr. Jules Poppe had zich tijdens de brand door zijn moed doen opmerken en kreeg daarvoor op 15 december 1869 de eremedaille van moedige blusser. Later, in 1876, besliste men om 2 steenputten te delven, een aan de kerk en een op de hoek van de Kantijnstraat.

Brandweerkorps 1868-1909
De kooplieden en landbouwers van Sint-Laureins vroegen op 10 januari 1872 of de gemeenteraad zou willen meewerken om hun belangen te verdedigen en zo Sint-Laureins te doen bloeien. Men stelde in de zitting voor om een beurs voor graanmarkten in te richten.
Er werd voorgesteld om elke dinsdagvoormiddag een markt te houden voor boter, eieren, varkens en gevogelte. Op dinsdagnamiddag een voor granen, zaden en andere droge vruchten. Jaarlijks zou een vee- en paardenmarkt ingericht worden.
Op 9 september 1873 besliste de gemeenteraad om lantaarns te plaatsen voor de verlichting van de dorpskern in de winter.
Op 12 juni 1883 overleed Frans Huyghe. Hij was net geen 30 jaar burgemeester.
In 1884 werd hij opgevolgd door Leopold De Sutter. Het was tijdens zijn burgemeesterschap dat pastoor de Swaef in 1887 ingehaald werd als nieuwe pastoor van Sint-Laureins.