
Hilde ontrafelt De Swaef
Aflevering 1
Parochie Sint-Laureins – Ambacht van Maldegem
Pastoor de Swaef heeft het in zijn schriftjes niet over de gemeente Sint-Laureins maar over de parochie. De parochie, datgene wat onderworpen is aan het geestelijke gezag van de pastor van Sint-Laureins, bestond immers reeds eeuwen voor Sint-Laureins een gemeente werd.

Hij baseerde zijn verhalen op wat hij vond in oude kerkrekeningen sinds 1669, armrekeningen sinds 1610, oude testamenten, rentebrieven, verkopingen, verwisselingen van goederen en kavelingen sinds 1410 en oude boeken van de 4 wateringen van Sint-Laureins uit de 16de en 17de eeuw.
De parochie Sint-Laureins omvatte ook een deel van Eeklo, Adegem en Sint-Margriete. Tot aan het Franse schrikbewind van 1789 maakte Sint-Laureins samen met Adegem en Maldegem deel uit van het Ambacht van Maldegem. Een ambacht of zoals men in oude geschriften leest, ministerium of officium. Het lag ook gedeeltelijk onder de Keure van Eekloo.
De geschiedenis van Sint-Laureins is versmolten met die van Maldegem. Maldegem was een van de zes grote heerlijkheden van Vlaanderen. Het Ambacht van Maldegem had zoals alle ambachten haar afzonderlijke rechtsmacht, een vierschaar die door een baljuw en een aantal wetsbeambten bediend werd.
De oude heren en de kasteleins bezegelden hun charters met een ridderfiguur te paard. Dat was een bewijs van hoog aanzien.
Sinds wanneer maakt Sint-Laureins deel uit van dit ambacht?

Maldegem strekte zich eertijds uit tot aan het gehucht Bentille aan de grens met het Ambacht van IJzendijke. Op het einde van de 13de eeuw, rond 1290, werd het oostelijk deel van Maldegem een afzonderlijke parochie onder de naam Sint-Laureins. De naam komt van de kerk die hier toen stond en toegewijd was aan de martelaar Laurentius. Die kerk bestond reeds in 1250. Dit kun je lezen in een oorkonde van Marguerite, gravin van Vlaanderen. Daarin staat dat Egidius van Brugge, proost van Sint-Pieters te Dowaai, als zuiver gift heeft afgestaan aan de abdis van Jeruzalem van het order Citaun, gelegen bij Maele, al het land dat hij bezat en de kerktoren van Sint-Laureins.
De langdurige vereniging van Sint-Laureins met Maldegem heeft voor gevolg dat Sint-Laureins geen blazoen heeft terwijl Adegem en Maldegem elk een wapenschild hebben. In 1827 en in 1885 heeft men dat ook geprobeerd voor Sint-Laureins. Er werden 2 schetsen gemaakt maar het is daar bij gebleven. Een beslissing hieromtrent werd niet teruggevonden.
Sint-Laureins dat dus deel uitmaakt van het Ambacht van Maldegem had toch een eigen bestuur. Zo was er hier een bureel van weldadigheid of den Disch.
De eerste bewoners van deze streek zouden zich gevestigd hebben op Celie langs de oude Lieve. In het jaar 1500 spreekt men reeds van een oude en vervallen hofstede. Eigenaar was toen de heer Liebrecht van Gent, eind jaren 1800 bewoond door de familie Willems-Matthys.

Sint-Laureins komt voor het eerst voor in de kronieken in 1436 wanneer het Ambacht van Maldegem geteisterd wordt door de Engelsen.
Een jaar later komt Sint-Laureins nog eens ter sprake wanneer de Sluizenaars hier wilden komen roven. De meesten werden echter reeds in Bentille gevangen genomen door de Gentenaren.
De Tienden
Volgens een kaart van 1730 behoorden de tienden van Sint-Laureins aan het kapittel van Doornik en de Abdij van de Duinen te Brugge en eveneens aan het kapittel van Sint-Baafs.

De tiendeheffers hadden grote verplichtingen te vervullen op de parochie zoals grote herstellingen aan de kerk of pastorij. Ze moesten de klok onderhouden en voorzien in de behoorlijke toestand van de pastoor.
Sint-Laureins-ten-Blocke en Sint-Laureins-ten-Bossche
Voor 1436 vinden we vermeldingen over Sint-Laureins-ten-Blocke en Sint-Laureins-ten-Bossche. Wat eertijds Sint-Laureins-ten-Blocke was is nu Hontseinde in Sint-Margriete. Pastoor De Swaef vermeldt: Sint-Laureins-ten-Blocke heeft gestaan in de Beoostereedepolder, omtrent een halfuur zuidwest van Sint-Margriete en omtrent 600 roeden noord van Sint-Laureins-ten-Bossche, volledig verwoest bij de overstroming van 1477.
De naam Sint-Laureins-ten-Blocke komt wellicht van blokland, een vierkant stuk land.
Dat de streek rond Sint-Laureins vroeger door de zee werd overstroomd, lijdt geen twijfel. Er loopt een zandstreep van Antwerpen naar Brugge die in vroeger tijden een duinengordel vormde over Haasdonk, Kemzeke, Sinaai, Stekene, Wachtebeke, Ertvelde, Oosteeklo, Lembeke, Eeklo, Adegem, Maldegem, Sijsele, Assebroek en Westkerke. Sint-Laureins lag tussen die oude duinen en het zeestrand van de in 1377 verbrede Zwingolf. Naarmate de zee achteruit trok werd het land omgevormd tot moergrond, later tot landbouwgrond. Bij springvloed werden deze gronden nog altijd met overstroming bedreigd.
Vanop de wijk Boterhoek loopt een oude weg, Moershoofdeweg, naar Moershoofde. Deze wijk ligt ten westen van het dorp op de grens met Nederland, juist achter de eerste en oude dijk, Sijdelingsdijk of door anderen de Sint-Jansdijk genoemd. De naam Moershoofde komt van de moernering die hier heeft plaatsgevonden.
In Wikipedia lezen we het volgende: Moernering, selnering of darinkdelven zijn begrippen die staan voor het afgraven van een moer, ooit door de zee overspoeld veen. In gebieden waar het veen regelmatig door de zee werd overstroomd was het ook rijk aan natrium. Men kon er dus zout uit winnen door het veen te verbranden in speciale ovens. De overgebleven as werd dan uitgekookt met water waarna het zout overbleef. Vandaar het begrip selneren. Een darink is een laag veen dat zich onder zeeklei of zand bevindt.
Sint-Jansdijk
Deze oude landdijk liep van Antwerpen tot aan het Hazegras, dus tot aan de Noordzee en werd gebouwd in 1282. Het is dankzij deze dijk dat we van verdere overstromingen gespaard zijn gebleven.
De naam Sint-jansdijk komt echter voor 1550 nergens voor. In oude akten is sprake van de Sijdelingendijk. In het provinciaal archief van Gent bevindt zich een kaart uit 1730 waarop naast de naam ’s Graven Jansdijk nog 2 andere dijken voorkomen. Enerzijds de Oranjedijk die liep van Moershoofde door de Molenhoek over de Eeklose Watergang naar Sint-Kruis. En anderzijds de Zijdelingendijk in 1664 opgeworpen in de richting van Sint-Jan-in-Eremo.
De wateringen van Sint-Laureins zullen kort na of gelijktijdig met de indijkingen tot stand zijn gekomen. Het zijn er 4, gekend onder de naam Viermaeten; de Viermaetenwatering, de Goochelaarwatering, de Feyenwatering en de Moerhuizewatering. Deze wateringen bestonden reeds in 1500.
Sijdelingendijk
Tussen Eede, Aardenburg en Sint-Laureins lag eertijds een kleine waterloop: de Sijdelinghe. Deze waterloop begon in de Biezen, liep vandaar Langs Moershoofde en Sint-Laureins tot aan Sint-Jan. Bij het bouwen van de Sijdelingendijk volgde men deze waterloop, vandaar ook de naam. We spreken eind 16de, begin 17de eeuw.
Oude beschrijvingen geven de Sijdelingendijk als scheiding tussen de Goochelaar- en de beoostereedewateringen. Het is in die tijd dat de naam Gravenjansdijk aan de Sijdelingendijk is gegeven.
