top of page

Een scheervlucht over de Sentse dorpen

Aflevering 4

Als de turf al grotendeels opgedolven was, werd het pas echt een rush van kolonisten op de streek. Het uitgeturfde land lag er maar deerlijk bij. Het was pure woestijn! Maar voor je visioenen krijgt over hopen zand en kamelen, onze woestijn, woestine, was gewoon braakliggende, onvruchtbare grond die achterbleef na de turfwinning. En de kolonisten stroomden toe om dat land te bewerken.

Cartoon bij de geschiedenis van Sint-Laureins

Vooral tijdens de tweede helft van de 13de eeuw werden de grafelijke moergronden op grote schaal verkocht door gravin Margareta van Constantinopel, de moeder van Gwijde van Dampierre. Niet aan de abdijen of aan de wereldse heren, maar wel aan de kolonisten. Die kochten een paar hectare die ze na het uitturven van de grond wilden omvormen tot landbouwgrond. Zelfs de wegen werden verkocht. Zo werden le voie Vaken (nu de Kruiskenstraat) en le voie Gokelars (nu de Goochelaarstraat) verkocht.
 

En dan kwam men plots tot de constatatie dat er hier zoveel mensen kwamen wonen dat er nog geen kerken genoeg waren. Ja, als je de hele week hard gewerkt had en je moest op het einde van die week voor je zondagsplicht kilometers door de modder ploeteren, dan sloeg je wel al eens een keertje over. En dat kon de geestelijkheid niet laten gebeuren! Er kwamen nog vlug twee parochies met de bijhorende kerken bij. Er werd zelfs even gesproken over een derde kerk, waarschijnlijk in Bentille, maar daar heeft men toen van afgezien. We moeten ook niet overdrijven met onze kerken hé. Die kerk in Bentille zal er later toch nog komen.
 

Volgens Sanderus zou er al vóór het jaar 1000 een kerk gestaan hebben in de polder van wat later Sint-Jan-in-Eremo zou worden, al vanaf 1284 vervlaamst tot in s jans in de woestine. Dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan bewezen. Volgens Gottschalk verscheen de parochia sancti Johannis in Eremo pas in 1307.
 

Je zou kunnen denken dat de naam Sint-Jan-in-Eremo verwijst naar Johannes de Doper, die in de woestijn leefde en vaak wordt gezien als een soort woestijnheilige avant la lettre. Dat klinkt aannemelijk, tot je verder zult zien dat ook Sint-Laureins ooit in Eremo of in de Woestyne werd genoemd. En de heilige Laurentius had helemaal niks met kluizenaarschap of woestijnleven te maken. Het is dan ook veel waarschijnlijker dat die toevoeging gewoon iets zegt over de ligging van die parochies, in een verlaten, ruige of nog nauwelijks bewoonde streek. Niet over het leven van de patroonheilige dus, maar over het landschap.
 

En toch mag je het niet helemaal uitsluiten, want er bestaat nog een leuke legende over het ontstaan van Sint-Jan. In die eenzame streek zou, gehuld in de nevelen des tijds, een zekere Johannes, monnik van de abdij van Sint-Bertin, als kluizenaar hebben geleefd. Die zou zijn naam gegeven hebben aan een klooster omtrent de plaats die Sint-Jan-in-de-Woestijn werd genoemd. Dus toch een kluizenaar? Of pure folklore? Wie zal het zeggen?

Cartoon bij de geschiedenis van Sint-Laureins

Waarschijnlijk werd de eerste kerk van Sint-Jan door de bisschop van Doornik gebouwd, maar de precieze ligging is onzeker. Volgens een overlevering zou de eerste kerk van Sint-Jan in de Meikenshoek gestaan hebben, tussen de Oostpolderkreek en het Leopoldkanaal. In akkers werden daar wel stenen gevonden, maar geen enkele bron bevestigt dit verhaal.
 

En dan komen we aan Sint-Laureins. Tussen 1260 en 1280 verkocht gravin Margaretha van Constantinopel grote delen van de Sentse moergronden. De turfstekers deden er hun werk zó grondig dat er begin 14de eeuw alleen nog maar uitgeveende grond overbleef, woestine. In de bronnen duikt dan ook geregeld de benaming Sint-Lauwereins in de Woestine op.
 

Dat er hier al vroeg volk rondliep mag blijken uit het feit dat rond 1280-1290 hier ergens in een bos een kapel “van de Aerdenburghers” zou gestaan hebben, toegewijd aan de heilige Laurentius. “Zou”, want er zijn geen harde bewijzen voor gevonden.

Cartoon bij de geschiedenis van Sint-Laureins

Het moerasland werd na de turfwinning eerst beplant met bos om de grond te verbeteren. Dat bos zou later op zijn beurt de plaats moeten ruimen voor landbouwgrond. Dat er veel volk nodig was om het achtergebleven land opnieuw vruchtbaar te maken, is een understatement. Volgens een cijnsrol uit 1307, bewaard in Rijsel, was de toestroom aan kolonisten zó groot dat er op korte tijd twee kerken gesticht waren. Sint-Laureins was vrijwel zeker een van die twee. De andere was Sint-Jan-in-Eremo.
 

In het begin van de 14de eeuw werd langs de Brieversweg, de huidige Dorpsstraat die toen een rechtstreekse verbinding met Brugge gaf, een kerkje gebouwd dat toegewijd was aan Sint-Laurentius, de patroonheilige van de turfstekers. Deze kerk zou gebouwd zijn onder het gezag van de bisschop van Doornik. Mogelijk verving dit kerkje een oudere kapel, maar daarover bestaat geen zekerheid. De klei om stenen te bakken voor de kerktoren werd volgens de overlevering gehaald in de Torreput, niet ver van het Nieuw Bedelf. In 1317 komt de Sente Laureinsparochie voor ’t eerst officieel op papier.
 

Voilà, we hebben 6 kerken en al heeft Bentille er nog geen, we rekenen het dorp graag mee met de dorpskernen die vroeger verspreid lagen over het grondgebied van Sente. We zijn dus met z’n zevenen.

Volgende aflevering

bottom of page