
Een scheervlucht over de Sentse dorpen
Aflevering 13
Waterland-Oudeman
Toen het helemaal gedaan leek met Sint-Nicolaas-in-Vaerne en Elmare, kwam er onverwacht toch nieuw leven in de streek. In de eerste jaren van de 16de eeuw werd een poging ondernomen om Sint-Nicolaas in Vaerne te doen herleven, nagenoeg op dezelfde plaats, waar vroeger de proosdij Elmare had gestaan aan het gelijknamige riviertje, waar zich in de 16de eeuw nog een geul bevond. Daar ontstond stilaan een nieuwe kern, Waterland-Oudeman.

Beetje een rare naam toch, Waterland-Oudeman. Hoe kwamen ze daar eigenlijk bij? Waterland, dat lijkt nog normaal. Dat verwijst naar de strijd tegen het water, land dat ooit onder de zee lag, werd drooggelegd en stukje bij beetje ingepolderd. Zo’n naam vindt men vaker in de streek, en daar is weinig discussie over.
Over het tweede deel, Oudeman, is al meer inkt gevloeid. Volgens een hardnekkige uitleg zou de naam verwijzen naar Hiëronymus Lauwerijn van Watervliet, die als een van de eerste heren de inpoldering en ontwikkeling van de streek in gang zette. In zijn Geschied- en Aardrijkskundig Woordenboek der Belgische Gemeenten schrijft Eugène De Seyn dat de heerlijkheid Waterland "Waterland-Oudeman" werd genoemd als eerbetoon aan de oude heer Lauwerijn. Het klinkt aannemelijk, maar Lauwerijn is amper 59 jaar oud geworden, niet uitzonderlijk oud, zelfs voor die tijd, en nergens blijkt uit de bronnen dat hij ooit "de oude man" genoemd werd. Of het zou moeten zijn dat zijn kinderen onzen ouwen tegen hem zeiden.
Er bestaan ook bronnen volgens welke Oudeman gewoon een familienaam was. Er wordt soms verwezen naar een zekere Michiel Oudeman, die in de buurt van de latere zeedijk een boerderij gehad zou hebben. In dat geval zou de naam van het dorp niets met leeftijd of eerbetoon te maken hebben, maar gewoon met een boer met een achternaam, wat eerlijk gezegd dikwijls voldoende is om een toponiem te verklaren. Maar ook hier ontbreken harde bewijzen.
En dan is er nog het verhaal dat in de streek rondging, misschien waar, misschien legende, maar toch het vertellen waard. Tijdens een zoveelste juridisch geschil tussen de heren van Watervliet en het Brugse Vrije stond het gebied onder water. Niet diep, want hier en daar staken nog bomen boven de vlakte uit. Op een van die ondiepe plekken stond een eik die zijn knoestige takken uitstak. Bij schemering leek het alsof daar een oude man stond te staren over het drassige land. De plaatselijke bevolking had daar schrik van en volgens sommigen was het precies dat beeld, half echt, half verbeelding, waar de naam Oudeman vandaan komt. Diezelfde procesgetuigen die over die eik vertelden, wisten dat naast die boom ook puin lag van oude gebouwen en zelfs nog een soort poort. Volgens hen had hier de sinds 1375 verdwenen proosdij van Elmare gestaan. Feit of fabel? Wie zal het zeggen?

En dat dorp kreeg zelfs een wapenschild.
Volgens het officiële boek van de Gemeentewapens, je weet wel, zo’n droge pil waar geen normaal mens vrijwillig door bladert, is ons schild van keel met twee balken van lazuur beladen met eene de helft minder breede balk van zilver en vergezeld van drie gerangschikte sleutels van hetzelfde den sleutenbaard bovenwaert. Ja, sleutenbaard, geen typefout.
Maar goed, waar komen die sleutels nu eigenlijk vandaan? Het antwoord lijkt simpel, zowel Sint-Nicolaas als Elmare werden ooit uit de moerassen getrokken door de machtige Sint-Pietersabdij van Gent. En laat die abdij nu net dezelfde drie sleutels in haar wapenschild hebben. Logisch toch dat Waterland die sleutels overneemt? Case closed. Of toch niet?
Het echte verhaal begint met onze Brugse visionair met grootse plannen en een flinke scheut grootheidswaanzin, Hiëronymus Lauwerijn. Toen zijn droom om van Watervliet een splinternieuwe havenstad te maken compleet mislukte, richtte hij zijn blik naar het westen. Hij klopte aan bij zijn baas, Filips de Schone, en vroeg toestemming om de Sint-Jeronimuspolder en twee daaraan grenzende nieuwe polders droog te leggen. Het nieuwe land zou een heerlijkheid worden, afhankelijk van Watervliet, waarvan hij hoopte het als bruidsschat aan zijn dochter Barbara te kunnen geven. Omdat het land uit het water getrokken werd, kreeg het de logische naam Waterland.
Zo ontstonden tussen 1504 en 1525 drie grote polders die samen de basis vormden van de heerlijkheid Waterland: de Jeronimuspolder Oudland, de Jeronimuspolder Nieuwland en de Oudemanspolder, zoals vermeld in Lauwerijns octrooi en het akkoord met het Brugse Vrije. Op latere kaarten werden deze namen consequent gebruikt.
Volgens historicus De Seyn stonden precies deze drie polders model voor het wapenschild van Waterland-Oudeman, met drie sleutels als symbool voor de drie inpolderingen. In de populaire overlevering doken die sleutels op bij Barbara, de dochter van Hiëronymus. Zij zou van haar vader, nog tijdens zijn leven, symbolisch een sleutel van elke toekomstige polder gekregen hebben, ook al waren die toen nog niet voltooid. Maar het leven liep anders. Barbara stierf al in 1506 en Hiëronymus zelf blies in 1509 onverwacht vroeg zijn kaars uit. Zoon Mathias Lauwerijn mocht de zaak afwerken. Zo kwamen de drie sleutels op het wapenschild terecht: geen eerbetoon aan een abdij, geen diepzinnige religieuze symboliek, maar gewoon een half mislukte familiegeschiedenis die toevallig in het gemeentewapen belandde.
