top of page

Hilde ontrafelt De Swaef

Aflevering 2

‘Luctor et emergo’, ‘Ik worstel en kom boven’, de wapenspreuk van de Zeeuwen in hun strijd tegen het water is ook van toepassing op onze geschiedenis. Overstromingen met alle gevolgen van dien waren immers ook ons deel.

Viermaeten

 

Viermaetenwatering

Deze watering loopt van de Boterhoek naar het dorp tot aan de Eeklose Watergang in het noorden en het oosten. In het westen van de Vuilpan tot aan het Roodwegelken en Celie.

Fijenwatering

Deze omvat alle land tussen de Eeklose Watergang in het westen, de Moerstraat in het oosten, de Ziedelingen in het zuiden en de Vakeleetstraat nu Kruiskenstraat in het noorden.

Goochelaarwatering

Strekt zich in het noorden van Sint-Laureins uit van de Kruiskenstraat naar de Goochelaar, verder naar de Hoogte tot aan de kerk van Bentille en gans de Comer.

Moerhuizewatering

Deze ligt binnen de heerlijkheid van Maldegem ten noorden van de Lieve.

Eeklose Watergang

De Eeklose Watergang is de belangrijkste waterloop van Sint-Laureins. Hij wordt zo genoemd omdat hij de wateren van Eeklo langs Aardenburg naar zee laat vloeien. De dag van vandaag komt de Eeklose Watergang uit in het Leopoldkanaal.

Eeklose Watergang

Leopoldkanaal


Naarmate de zee werd afgesloten van het land werd ook het afvloeien van het water moeilijker. Ieder stuk land werd omringd door een diepe gracht. Langs straten werden langs beide zijden grachten gegraven en nog bleef een deel van alle landbouwgrond onbruikbaar door wateroverlast. Overal werden wilgen (wiedauw) aangeplant, bekend voor het opnemen van een grote capaciteit water. Niettegenstaande stonden nog altijd verschillende straten en gronden onder water gedurende meerdere maanden per jaar. Veel boeren konden hun boerderij niet verlaten tenzij ze hun wagen konden bespannen met 1 of 2 paarden.

De heer Lintel, dokter, ging dikwijls gelaarsd zieken bezoeken te paard om droog bij het woonhuis te geraken. Een rijtuig was onmogelijk. Zo verdronk dokter Ghuys in 1803 op de Kattenhoek te Sint-Kruis.

Het was niet alleen gevaarlijk voor dokters maar ook voor priesters wanneer ze ’s nachts bij een zieke of stervende werden geroepen. De heer Van Damme, koster, vertelde dat zij altijd voorzien waren van hoge laarzen om de sacramenten rond te dragen. En dan nog kwamen ze er niet altijd ongeschonden uit.

Door die wateroverlast hield de polderkoorts in deze streken ook huis. De arbeiders op het veld die erdoor werden besmet moesten regelmatig 2 à 3 uur rusten vooraleer ze konden verder werken.

De wegen waren modderpoelen. Men legde stokken op de wegen waarover de wielen van de karren voort dansten. Wel zeer gevaarlijk voor de paarden die er hun benen konden op breken. Vooral de ‘ s Heerenjansleetstraat, nu Eerstestraat en de Waterstraat waren rampzalig.

De oplossing voor al deze problemen kwam van kanunnik Andries. Hij werd pastoor in Middelburg in 1827. Met Middelburg was het al even erg gesteld. Nauwelijks was pastoor Andries verkozen tot volksvertegenwoordiger of hij begon middelen te zoeken om de gewesten uit deze ellendige situatie te halen. Hij wilde Middelburg en het Meetjesland bevrijden van overstromingen, de grond vruchtbaar maken en de wegen berijdbaar. Hij stelde voor een vaart te delven komende van Zelzate door Sint-Laureins voorbij Middelburg naar de Noordzee. Hij schreef er een boek over: Le canal de Zelsaete. In dit boek vindt men een volledige studie van de wateringen van de streek.

Kanunnik Andries

Dhr. Lejeune, volksvertegenwoordiger voor Eeklo, was het project genegen. In maart 1837 legde hij de tekst van het wetsontwerp neer en in juni 1842 werd het door Leopold I goedgekeurd.
 

In 1848 begon men met het delven. Een groot aantal werklieden werd voor dit werk aangenomen. Van alle gewesten kwamen delvers, vervoerders, toezichters toe. Zij logeerden in herbergen en woonhuizen. Anderen sloegen hun tenten en hutten op om te kunnen overnachten. Het werk bracht brood op de plank maar volgens pastoor De Swaef heeft het op vlak van de zeden veel kwaad aangericht in onze godsvruchtige gemeente. Veel van het werkvolk was jong en onbezonnen. Wanneer hun loon werd uitbetaald konden velen het niet laten om te feesten tot hun geld verteerd was. Op zondag en een deel van de maandag kon je hen in de herbergen vinden waar het orgel tot diep in de nacht draaide.

Leopoldkanaal

Nadat Sint-Laureins van de kant van de polders bevrijd was van het water werd het ook langs het zuiden bevrijd. De Lieve werd in 1857 verbreed en bedijkt. De rivier werd een vaart, Schipdonk, genoemd. Deze vaart voerde het water af naar de zee, net als het Leopoldkanaal of Vaart van Zelzate.

Nooit is geld beter besteed geweest volgens dhr. De Potter in zijn Nalezing over Sint-Laureins.

Hij schrijft:

‘Eén of twee jaren voor het delven van de vaart was de gemiddelde prijs per ha landbouwgrond 1100 tot 1250 frank. Na het delven steeg de prijs naar 3 à 4000 frank. Tussen 1870 en 1880 zelfs 6000 frank. De woningen werden droger, ruimer en hygiënischer. De polderkoorts was volledig verdwenen. De wegen, met uitzondering van de Eerstestraat, waren droog en bruikbaar. De kosten voor het onderhoud waren met de helft geslonken. Het aanleggen van de steenweg naar Balgerhoeke in 1856 heeft het vervoer vergemakkelijkt en minder duur gemaakt. Andere steenwegen naar aanpalende gemeenten volgden al vlug. De landbouw zette in die tijd in Sint-Laureins reuzestappen. Met het ophouden van de overstromingen roeide men de houtkanten uit en vulde men 2 op de 3 grachten. Op die manier ontstonden brede partijen zaailand. Na het delven van de vaart treft men maar weinig bos meer aan in Sint-Laureins. Daarvoor was gans de wijk de Goochelaar, alles tussen de Goochelaarstraat en de Kruiskenstraat en het westen van het dorp tot aan de Lieve beplant met hoge bomen en struikgewas. In de stallen ziet men geen houtmagere, kreupele koeien meer maar koeien met brede ruggen en gele slepende uiers. Op de hofsteden houdt men ook met veel succes varkens die de kroon spannen op de markt van Eeklo. De paarden blinken uit. Het dorp van Sint-Laureins heeft veel verbeteringen ondergaan. In de dorpskern zijn de huizen vernieuwd en verfraaid. In het oosten kwam een volledig nieuwe reeks fraaie huizen met de stenen molen en de gendarmerie. In het westen nieuwe huizen tot aan de vaart, de wijk Moershoofde.’

Voor het delven van de vaart was dat een ander verhaal. EH Lefebure schreef in 1813:

‘Sint-laureins is een der armste en bedroefste parochies van heel het bisdom. Sint-Laureins had niets aantrekkelijks. Men noemde deze parochie Sint-Laureins in de wildernis. Dit stond tot 1794 op de plakbrieven die men rond stuurde ter gelegenheid van de bedevaart van de heilige Laurentius en Blasius.’

In het Latijn werd dit Sint-Laurentius in Deserto. Waterland-Oudeman was toen Sint-Nicolaus in Averno of in de hel. Sint-Jan-in-Eremo noemde men in de woestijn en Sint-Margriete in Orco of in de dood.
 

Wijken eind 1800

 

De gemeente Sint-Laureins is eind 1800 verdeeld in verschillende wijken. Zo was er de wijk Moershoofde, verder de Oosthoek met haar 2 vermaarde en oude herbergen De Vuilpan en Het Rozenhoedje. De Oosthoek is afgesneden van Sint-Laureins door de Zelzaatse vaart. Aan de andere kant van de vaart is er nog een wijk volledig afgezonderd als een klein dorpje. Deze wijk werd Bereldorpe of Bertheldorpe genoemd. In de loop van de tijd veranderde dit naar Middeldorpe. Nog zuidelijker ligt de wijk Celie, verder Kochuyt en de Kleine en de Grote Boterhoek. Tot in de 16de eeuw was de Kochuytstraat, de Poelvoetstraat. Ten oosten vinden we nog Nieuwbedelf, Zevecote, ’s Heerenjansleetstraat, Vakeleetstraat, Goochelaar, Moerstraat en Hoogte. De Comer is gelegen in het noordoosten. En dan was er nog de Kantijne die eertijds het Rabot werd genoemd.

Volgende aflevering

bottom of page