
Frankie trekt ten oorlog
Aflevering 3
WOLKEN BOVEN DE STREEK
TUSSEN FRONT EN KANAAL
In de nacht van 26 op 27 juli 1941 werd Keulen aangevallen door een formatie van Wellington-bommenwerpers. Hevige stormwinden en bakken regen maakten het voor de piloten zeer moeilijk vliegen. Negen toestellen keerden veilig terug en meldden aan de vluchtleiding dat de aanval door het stormweer geen succes was geweest.

Vickers Wellington
Van de gezagvoerder en de bemanning van de tiende machine was geen nieuws. Diezelfde nacht werd een hoeve in de Eerstestraat van Sente opgeschrikt door eerst een hevig geronk van motoren en daarna een hevige slag die het huis deed trillen. De boer sprong uit bed en zei: “ne vlieger die ze hebben afgeschoten.”
De bommenwerper, met nog zes bommen aan boord, was neergestort achter de stallen en schuur. Niet neergeschoten, maar verongelukt door het slechte weer. Een groot gat in de grond dat hevig brandde, en de hooimijt achter de stallen moest er ook aan geloven. Om de stallen te beschermen kwamen de buren aangelopen om te helpen met emmers water de brand te blussen. De Duitsers die er vlug bij waren konden hun plezier niet op omdat het een Engels vliegtuig was dat was neergestort. Iedereen moest de plaats verlaten en ze zetten wachtposten uit.
Bij de ochtendklaarte zag men pas de ravage die het toestel had aangericht. Een grote krater in de grond, alles errond opgebrand door de benzine aan boord, nog een geluk dat de bommen niet ontploft waren. Een piloot zat tegen de muur, het was alsof hij geen benen meer had, zijn lichaam was ter hoogte van zijn middel doorgesneden. In de weide lag nog een blonde jongen tussen de wrakstukken, en toen de Duitsers hem wegnamen zag men zijn afdruk in de grond.
Er was ook, ondanks de wachtposten, lijkroof gepleegd: de ringvinger van de jongen was afgesneden, de zakken leeg, en het vliegeniersvest was ook verdwenen. De Duitsers waren razend.
De week nadien kwamen ze het wrak uit het gat trekken en onderaan hing nog een lijk. De boer kwam met water om het lijk wat te wassen, maar de Duitsers antwoordden dat het niet nodig was, daar het toch maar een Tommy was, de bijnaam van een Engelse soldaat, en ze lieten het wrak weer zakken. Het kan het lichaam geweest zijn van de piloot.
Uiteindelijk namen ze maar drie lichamen mee en deze werden begraven in Sente, en in 1950 naar het militair kerkhof in Adegem gebracht. Een stenen gedenkkruis staat nog steeds op de boerderij om de andere vermiste bemanningsleden te eren die er nog steeds onder de grond zitten.
DE GRACHT LAG VOL GERUCHTEN
We zijn ondertussen in 1943. Eind 1943 kreeg de bevolking de indruk dat de hier gelegerde Duitse soldaten zenuwachtig begonnen te worden. Via uitzendingen gehoord op de radio, die goed verborgen gehouden moest worden voor de Duitsers, wisten ze dat het tij begon te keren: de Russen rukten op aan het oostfront en er zou ook een tweede front komen aan westelijke zijde.
Onder de Sentse bevolking ging toen al een gerucht dat de noordelijke zijde van het Leopoldkanaal wel eens onder water zou kunnen gezet worden. Dit gerucht werd door velen weggelachen en er werd dan ook volop gezaaid en geplant op de velden. Maar al vlug zou blijken dat het de Duitsers menens was. In april, de lente van 1944, werden de sluizen van de noordelijke dijk van het kanaal opengezet vanaf Strobrugge (wijk van Maldegem) en zo verder naar het binnenland. Wat iedereen dacht dat niet kon, werd werkelijkheid!

Zo werd het land onder water gezet. Op de foto boven de Oosthoek onder water in de zomer van 1944. Hieronder: de Vuilpan, foto getrokken vanaf de grensovergang aan grenspaal 344.

Om te voorkomen dat Sente zou onderlopen werden mannen opgeëist om dijken aan te leggen.
