top of page
< Back

Aflevering 22

Sint-Margriete


Ook in Sint-Margriete hing er na de Vrede van Münster in 1648 geen feeststemming. De oorlogsjaren hadden diepe sporen nagelaten, akkers verwaarloosd, boerderijen vervallen, families uiteengerukt want het dorp lag voortaan letterlijk in twee landen tegelijk.


De nieuwe staatsgrens liep dwars door Sint-Margriete. Het noorden van het oude dorp, waar ooit de eerste, en tweede kerk had gestaan, viel nu onder de protestantse Republiek. Het zuidelijke stuk bleef Spaans en dus katholiek. Daar stond ook, nog nipt op Spaanse bodem, de nieuwe kerk die Jan de Plaet had laten oprichten.


De Vrede van Münster bepaalde onder andere dat het voortaan verboden was forten te bouwen langs weerszijden van de grens en de bestaande moesten afgebroken worden. Zo verdween ook het fort op de Kantijne uit de boeken.


We hebben hiervoor gezien dat de kerk beschadigd werd door een zware storm in 1570, maar dat de inwoners van Sint-Margriete, na het aanleggen van de Generalen Vrijen Polder, toch terug in hun kerk konden. De grens lag met het einde van de oorlog nog niet echt vast, dat kwam pas in 1664, en de Hollanders speelden hier volop de baas. Ze kwamen regelmatig de kerk wat vandaliseren. Zo kwamen in 1656 wat soldaten uit Sluis het stro van het dak van de kerk halen en vernielden ze de biechtstoel. De mis werd dan tijdelijk gelezen in een schuur.



In 1673 werd een nieuwe kerk gebouwd. Niet meer in de Sint-Kruispolder, maar een beetje meer naar het zuiden en het oosten, in de Sint-Lievenspolder, op de plek waar vandaag het kerkhof ligt. Het was maar een prutskerkje, met één beuk en geen toren. De klok hing in een klokkenhuis op het kerkhof. Rond die tijd werd ook de pastorij opgericht, die al in 1749 werd herbouwd.


Verspreid boerenleven


Sint-Margriete had wel een kleine kern rond de kerk, met de pastorij, een paar huizen, een herberg en wat ambachtelijke gebouwen. Maar het grootste deel van de bevolking leefde verspreid over de polders, op boerderijen langs smalle modderwegen, tussen akkers en weilanden. Veel huizen lagen ver van de kerk, zodat wie op zondag naar de mis wilde soms kilometers moest stappen, langs grachten en over drassige wegen.


De boeren leefden van graan, vlas en een beetje veeteelt. De gronden waren vruchtbaar bij goed onderhoud, maar kwetsbaar voor wateroverlast. Overvloed kende men niet.


Heiligschennis en devotie

In de 18de eeuw mocht je niet te veel stappen verkeerd doen of je zou in de hel belanden. De Kerk had de bevolking goed in haar macht.


Toch schrikte dat de echte schurken niet af. In juni 1727 drong een bende van drie kerkschenders de kerk van Sint-Margriete binnen. Ze kenden hun weg, want zoals overal stond het tabernakel centraal. Met grof geweld braken ze het open. Wat volgde was pure heiligschennis. Een zilveren kelk, een zilveren ciborie met daarin de grote hostie, en een chrismatorium met de gewijde hosties en de heilige oliën om de zieken te zalven, alles werd meegesleurd. De hosties zelf smeten ze achteloos in een gracht. Voor de gelovigen was dit een onvoorstelbare godslastering.



Lang duurde hun straffeloosheid niet. De hoofdman van het gespuis werd in Vlissingen gegrepen en kreeg een vonnis dat even gruwelijk was als zijn misdaad. Eerst werden zijn beide handen afgehakt, daarna werd hij gewurgd en ten slotte werd zijn lichaam opgestookt op de brandstapel. Als dat geen afschrikwekkend voorbeeld was. Wie zich aan heiligschennis waagde, kon geen genade verwachten.


Een paar jaar na de diefstal werd op de plaats waar de hosties werden gevonden een kapel opgericht en een waterput gegraven. Jarenlang heeft men hier de Heilige Margaretha aangeroepen tegen de kinkhoest, waarbij water uit de put werd gedronken. Met Sinksen werd er een boeteprocessie gehouden. Het achttiende-eeuwse kapelletje zou later vervangen worden door een negentiende-eeuwse grotere, neogotische kapel.


Franse Tijd


In 1794 kregen we de Fransen op bezoek. De kerk van Sint-Margriete werd gesloten, de religieuze praktijken verboden. De inwoners verstopten relieken en heiligenbeelden in schuren en stallen. Missen gingen clandestien verder, in geheime bijeenkomsten, bij het zwakke licht van een paar kaarsen.



De Franse belastingen wogen zwaar, elk venster, elke koe, elk akkertje werd geteld en belast.


De dienstplicht voor het Franse leger was bijzonder impopulair. Veel jonge mannen uit Sint-Margriete doken onder of vluchtten weg, soms over de grens naar Nederland. Maar ook daar waren zij na 1810 niet meer veilig, omdat ook dat gebied onder Frans gezag kwam.


Hollandse Tijd


Na 1815 werd Sint-Margriete opgenomen in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De nieuwe overheid zou verbeteringen brengen in het waterbeheer, plannen werden gesmeed voor betere dijken en kanalen. Maar het bleef voorlopig bij plannen. In het dorp veranderde er niets.

 

bottom of page